Van:                                SIHO [karen.leyman@howest.be]

Verzonden:                     donderdag 1 april 2010 18:50

Aan:                                Leyman Karen

Onderwerp:                    Nieuwsbrief SIHO maart 2010

 

 

 

 

Nieuwsbrief SIHO maart 2010



Het SIHO...

Werkgroep ‘Studeren met een functiebeperking’ van de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor)

Het SIHO is lid van de werkgroep ‘studeren met een functiebeperking’ van de Vlor. Binnen de Vlor werd begin dit academiejaar een werkgroep studeren met een functiebeperking opgericht. Deze werkgroep zet de werkzaamheden van de vroegere commissie studeren met een functiebeperking voort. Hij zal voor de Raad Hoger Onderwijs het beleid t.a.v. studenten met een functiebeperking opvolgen. Als de overheid beleidsvoorstellen doet die betrekking hebben op studeren met een functiebeperking, dan zal de werkgroep de adviezen ter zake voorbereiden. Maar de werkgroep kan ook proactief het beleid adviseren. In deze werkgroep zijn de geledingen van de Vlor vertegenwoordigd, aangevuld met een aantal deskundigen, waaronder het SIHO.

De Vlor heeft in het verleden reeds heel wat adviezen over dit thema afgeleverd. Hij zet met deze werkgroep zijn traditie van pleitbezorger voor een echt democratisch hoger onderwijs verder. De Vlor hoopt op deze manier de overheid te stimuleren om het thema van studeren met een functiebeperking blijvend hoog op de agenda te zetten.


Iedereen leert…
Een concreet voorbeeld van inclusie in het hoger onderwijs.

Iedereen leert is het onderdeel van de nieuwsbrief waar telkens een concreet verhaal van inclusie in het hoger onderwijs in de schijnwerpers staat. Goede voorbeelden uit de praktijk zijn vaak de beste eye-openers, ze tonen aan dat inclusie in het hoger onderwijs een reële optie is. Ken jij als student, docent, ouder, onderzoeker… zelf een mooi inclusie-verhaal. Aarzel dan niet om het te mailen naar info@siho.be.

In deze editie stellen we het expertisecentrum CODE van de Lessius hogeschool voor

CODE staat voor Communicatie, Ontwikkeling, Dienstverlening en Expertise. CODE bouwt voort op het voormalige Multidisciplinair Diagnostisch Centrum voor Leerstoornissen (MDCL) van de Lessius hogeschool. Het MDCL heeft specifieke ervaring opgebouwd met diagnostiek en wetenschappelijk onderzoek bij adolescenten en jongvolwassenen met dyslexie en dyscalculie. Het MDCL wil een aangepaste dienstverlening met procedures op maat aanbieden.

De werking van CODE is ruimer dan die van het MDCL. CODE is een expertisecentrum voor taalvaardigheid, communicatie en ontwikkeling. De focus verbreedt zich naar dyslexie en dyscalculie, ADHD, communicatiestoornissen bij anderstaligen, taalvaardigheid en (vreemde)taalverwerving.

Net zoals bij het MDCL situeren de hoofdtaken van CODE zich op vlak van wetenschappelijk onderzoek en dienstverlening. Het wetenschappelijk onderzoek heeft als doel het ontwikkelen van diagnostische tools en begeleidingspakketten, vakpublicaties en lezingen. De dienstverlenende taak van CODE bestaat enerzijds uit diagnostiek en ondersteuning vanuit een totaalbenadering van de cliënt. Zo biedt CODE een intensieve begeleiding waarbij de nadruk ligt op het ontwikkelen van een studietraject aangepast aan het eigen sterkte-zwakte profiel van de student. Anderzijds verzorgt CODE vormingen en lezingen op maat van de gezondheidssector, het onderwijs en het beroepsveld.

Studenten van Lessius, studenten uit andere hoger onderwijs instellingen, volwassenen uit het beroepsveld maar ook kinderen uit het lager onderwijs en jongeren uit het secundair onderwijs zijn welkom in het centrum. De diagnostiek en de procedures worden afgestemd op elk individueel profiel in elke leeftijdscategorie. Een diagnose gaat steeds gepaard met een uitgebreid advies over studiemethode, aangepaste onderwijs- en examenfaciliteiten, hulpmiddelen en andere vormen van ondersteuning.

De grootste doelgroep van het centrum is jongvolwassenen. Vanuit haar visie op diagnostiek en begeleiding wil CODE de student zoveel mogelijk ondersteunen in zijn functioneren. Het komt niet alleen aan op een verkennende of onderkennende diagnose. Ze willen ook focussen op de sterktes en handvatten aanreiken voor een aangepast studietraject, zodat de student met zijn beperking optimaal kan functioneren binnen het hoger onderwijs.

Voor meer informatie kan je terecht op de gloednieuwe website van CODE: www.lessius.eu/code


Internationaal

Het SIHO kiest ervoor niet alleen in eigen land maar ook over de grenzen heen haar netwerk uit te bouwen en internationaal de nieuwste ideeën rond inclusief hoger onderwijs op te pikken.

In februari vond een week lang een virtueel congres rond Universal Design for Learning plaats. Online werden een 10-tal presentaties gegeven, in de vorm van PowerPoints, filmpjes, posters…

Een interessante presentatie was ‘Showing how: planning and delivering a universally designed course’. Een professor engageert zich om één van zijn cursussen volledig volgens de principes van Universal Design te organiseren. Aan de hand van negen filmpjes legt hij zijn werk uit. Dit is boeiend omdat het een voorbeeld geeft van hoe docenten concreet aan de slag kunnen gaan in hun lessen.

Enkele interessante voorbeelden uit de presentatie:

  • De professor maakt gebruik van drie examens die minder lang duren. Hij gebruikt telkens een andere manier van examineren. Eén van de examens organiseert hij online. Studenten hebben gedurende een periode van 24u de tijd om zich te registreren en het examen te maken. De student kan dus binnen die 24u kiezen wanneer hij klaar is om het examen te maken.
  • De professor zorgt er voor dat al zijn presentaties vooraf en in verschillende formats (HTML, PDF, Word) beschikbaar zijn.
  • Hij maakt vooraf een lijst van wat in de les aan bod zal komen. De studenten maken hiervan gretig gebruik als structuur tijdens de lessen.
  • Als technologisch hulpmiddel maakt de professor gebruik van een SmartPen. Hij geeft deze pen tijdens iedere les aan een andere student. Deze student noteert met de pen. De pen neemt de les auditief op en slaat ook de notities van de student op. Achteraf zet de professor alles online. De studenten geven aan dat dit voor hen een heel handig hulpmiddel is. Ze hoeven niet perse alles genoteerd te hebben. Op die manier kunnen ze zich beter op de inhoud van de lessen concentreren.


In beeld

Minister Pascal Smet beschrijft in zijn beleidsnota ‘Gelijke Kansen 2009-2014’ het belang van een goede beeldvorming van mensen met een beperking. Een niet-stereotype beeldvorming is volgens hem fundamenteel in het realiseren van de juiste ingesteldheid voor gelijke kansen en inclusie.

Voor hoger onderwijs betekent dit dat een student met een functiebeperking in de eerste plaats als student gezien moet worden. De beperking is slechts één van de vele kenmerken van die student.

Het Center for Persons with Disabilities liet drie commercials maken. In elk ervan zien we mensen met een beperking aan het werk. De filmpjes willen werkgevers aanmoedigen om mensen met een beperking in dienst te nemen. Ze roepen op om te kijken naar de mogelijkheden van mensen en niet naar hun beperking.

Via deze links kom je terecht bij de 3 commercials:
Commercial 1
Commercial 2
Commercial 3


Op de voorgrond

In elke nieuwsbrief wordt een wetenschappelijke bron (boek, artikel, onderzoek…) op de voorgrond geplaatst.

In deze nieuwsbrief: Integration of students with physical impairments in Canadian university rehabilitation sciences programs

In deze studie wordt onderzocht in welke mate de opleiding revalidatiewetenschappen aangepast is voor studenten met een fysieke beperking en wat de ervaringen van deze studenten zijn. Daarvoor werd enerzijds een vragenlijst verstuurd naar de verschillende opleidingen. Anderzijds werden de ervaringen van drie studenten met een fysieke beperking bevraagd aan de hand van een interview.

Uit de interviews met drie studenten komen zes belangrijke thema’s naar voor:

1.    Keuze voor revalidatiewetenschappen

Studenten kozen voor deze opleiding omdat ze andere mensen met een beperking willen ondersteunen. Alle drie de studenten hadden vooraf contact met een professional om na te gaan of ze over de mogelijkheden beschikten om het beroep uit te oefenen.

2.    Facilitatoren

De studenten halen een aantal elementen aan die het integratieproces bevorderen: een open houding van het personeel, de tijd die genomen werd om naar de studenten te luisteren en samen met hen naar oplossingen te zoeken, en de ondersteuning die geboden wordt door het Special Service Center (bv. individuele tutoring).

3.    Moeilijkheden

De moeilijkheden waarmee studenten te maken kregen waren verschillend naargelang hun beperking. Sommige studenten hadden moeilijkheden met het lesmateriaal, anderen met de stage. Ook met het Special Service Center werden soms problemen ervaren. Zo moeten de studenten revalidatiewetenschappen van een bepaalde universiteit hiervoor naar een andere campus.

4.    Compenserende maatregelen

Zowel de studenten als het personeel ontwikkelden strategieën om moeilijkheden te overbruggen, o.a. het gebruik van aangepast materiaal in het labo, het gebruik van tape recorders, extra tijd bij practica…

5.    Arbeidspotentieel

De bevraagde studenten gaan er van uit dat de attitude van werkgevers een belangrijke rol speelt bij het al dan niet aannemen van iemand met een beperking. De studenten vinden ook dat ze zelf de verantwoordelijkheid hebben om hun noden kenbaar te maken zodat er naar ondersteuning gezocht kan worden. De bevraagde studenten voorzagen geen problemen bij het vinden van werk.

6.    Aanbevelingen

De studenten doen een aantal aanbevelingen:

  • Studenten met een beperking moeten assertief zijn en hun sterkten en noden kenbaar maken.
  • Studenten kunnen best vooraf de universiteit bezoeken om eventuele problemen en noodzakelijke aanpassingen te identificeren. Zo zijn de aanpassingen in orde voor ze aan hun studies beginnen.
  • Personeel moet de noden van studenten met een beperking erkennen.
  • Er moet geanticipeerd worden op mogelijke obstakels. Dit veronderstelt dialoog tussen alle betrokken partijen.
  • Het beleid en de procedures van de Special Service Centers moet meer doelmatig zijn.


Tegemoetkomen aan de aanbevelingen die de geïnterviewde studenten geven, kan de situatie voor toekomstige studenten met een beperking verbeteren.
Globaal kan gesteld worden dat een harmonieus integratieproces een gedeelde verantwoordelijkheid is van studenten, leden van de faculteit en programma beheerders.

Referentie
Guitard, P., Duguay, E., Thériault, F.-A., Sirois, N. J. & Lajoie, M. (2010) Integration of students with physical impairment in Canadian university rehabilitation sciences programs. International Journal of Rehabilitation Research, 33, 81-83.


Aankondigingen



Het SIHO – maart 2010