|
Themanieuwsbrief
"redelijke aanpassingen in hoger onderwijs"
Studenten met een functiebeperking moeten dezelfde kansen krijgen als
andere studenten om succesvol te participeren aan hoger onderwijs. De
instelling mag niet discrimineren en moet redelijke aanpassingen voorzien
voor deze studenten. Daarnaast is het belangrijk dat hoger
onderwijsinstellingen anticiperen. Ze moeten er van uit gaan dat studenten
met een functiebeperking aan hun universiteit of hogeschool zullen komen
studeren en moeten daarom maatregelen treffen, zoals toegankelijk maken van
gebouwen, bepaalde software op computers voorzien, training geven aan
personeel, werken aan attitudeverandering… (LINK, 2009).
In deze themanieuwsbrief bespreken we de nationale en internationale
wetgeving die op dit moment van toepassing is met betrekking tot redelijke
aanpassingen. Daarna volgt een overzicht van wat redelijke aanpassingen
kunnen zijn. Tenslotte worden redelijke aanpassingen gekaderd binnen het
concept Universal Design.
Wetgeving met betrekking tot redelijke aanpassingen
Het Decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse
gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid verbiedt discriminatie op
grond van volgende beschermde criteria: geslacht, leeftijd, seksuele
geaardheid, burgerlijke staat, geboorte, vermogen, geloof of
levensbeschouwing, politieke overtuiging, taal, gezondheidstoestand,
handicap, fysieke of genetische eigenschap, sociale positie, nationaliteit,
zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, of nationale of etnische afstamming
(art. 16).
Er is sprake van discriminatie wanneer iemand verschillend wordt behandeld
op grond van een beschermd criterium zonder dat er een rechtvaardiging voor
bestaat (art. 16).
Ook de weigering van redelijke aanpassingen voor een persoon met beperking
houdt discriminatie in (art. 15), tenzij deze maatregelen een onevenredige
belasting vormen voor de persoon die ze moet treffen of deze maatregelen
voldoende gecompenseerd worden door andere bestaande maatregelen (art 19).
Art. 19 van het Decreet omschrijft redelijke aanpassingen als: elke
concrete maatregel, van materiële of immateriële aard, die de beperkende
invloed van een onaangepaste omgeving op de participatie van een persoon
met een handicap neutraliseert.
Ook in het Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap
(2006), dat in juli 2009 door België geratificeerd werd, komen
redelijke aanpassingen aan bod. Art. 2 omschrijft het begrip redelijke
aanpassingen als: noodzakelijke en passende wijzigingen, en
aanpassingen die geen disproportionele of onevenredige, of onnodige last
opleggen, indien zij in een specifiek geval nodig zijn om te waarborgen dat
personen met een handicap alle mensenrechten en fundamentele vrijheden op
voet van gelijkheid met anderen kunnen genieten of uitoefenen.
Toegepast op onderwijs vermeldt het Verdrag in art. 24 dat personen met een
beperking redelijke aanpassingen moeten krijgen naargelang de behoefte
van de persoon in kwestie zodat zij zonder discriminatie en op basis van
gelijke kansen toegang krijgen tot een inclusief onderwijssysteem op alle
niveaus en voorzieningen voor een leven lang leren. Daarnaast vermeldt
ditzelfde artikel dat mensen met een beperking de ondersteuning moeten
krijgen die zij nodig hebben om effectieve deelname aan het onderwijs
mogelijk te maken.
Het is aan de onderwijsinstelling om de disproportionaliteit van de
gevraagde redelijke aanpassingen aan te tonen, indien de instelling een
bepaalde aanpassing niet kan toelaten. De onderwijsinstelling moet actief
op zoek gaan naar oplossingen en tegenvoorstellen die wel proportioneel
zijn. De onderwijsinstelling kan zich bijgevolg moeilijker beroepen op een
gebrek aan draagkracht om de noodzakelijke redelijke aanpassingen voor
studenten met een beperking te weigeren. Weigeren kan alleen wanneer de
noodzakelijke aanpassingen disproportioneel zijn (Steunpunt Recht en
Onderwijs, persoonlijke mededeling, 2/04/2010).
Het blijft dus expliciet de bedoeling om actief op zoek te gaan naar
oplossingen. Elke vraag tot redelijke aanpassing moet opnieuw bekeken
worden en mag nooit zomaar worden geclassificeerd als ‘onevenredig’.
Wat als een instelling hoger onderwijs redelijke aanpassingen weigert?
Als een student met een functiebeperking feiten aanvoert die het bestaan
van een discriminatie doen vermoeden, bv. door het weigeren van redelijke
aanpassingen, dan ligt de bewijslast bij de school en de inrichtende macht.
Zij moeten bewijzen dat er geen sprake is van discriminatie. Zo’n klacht
tegen een school en inrichtende macht kan ingesteld worden door:
- de persoon met een
beperking zelf
- een orgaan dat door
de Regering werd aangesteld om in rechte te kunnen optreden in de
geschillen rond discriminatie op voorwaarde dat de persoon met een
beperking daarmee ingestemd heeft
- een instellingen van
openbaar nut en verenigingen die op de datum van de feiten sedert ten minste
drie jaar rechtspersoonlijkheid hebben en die zich op de datum van de
feiten sedert ten minste drie jaar in hun statuten tot doel hebben
gesteld, de mensenrechten te verdedigen of discriminatie te bestrijden
in rechte optreden in alle geschillen over discriminatie met
instemming van de persoon met een handicap.
(Steunpunt Recht en Onderwijs, persoonlijke mededeling
27 april 2010)
Tijdskader
In zijn Beleidsnota Gelijke Kansen (2009-2014) geeft Pascal Smet,
Vlaams minister van Onderwijs en Gelijke Kansen, aan dat in deze
legislatuur ‘personen met een handicap’ voor het eerst een expliciete
doelgroep worden van het Vlaamse gelijkekansenbeleid. De minister benadrukt
dat inclusie een kwestie is van gepaste ondersteuning. Als voldoende
ondersteuning, redelijke aanpassingen en de juiste ingesteldheid, in plaats
van vooroordelen en/of betutteling, niet aanwezig zijn, hebben zij wel het
formeel ‘recht’, maar nog steeds geen gelijke kansen.
Art. 35 van het VN-verdrag wijst erop dat binnen twee jaar nadat het
verdrag is geratificeerd, moet worden gerapporteerd over de maatregelen die
zijn genomen om de verplichtingen van dit verdrag na te komen en over de
vooruitgang die is geboekt in dat verband. Uiterlijk tegen 1/8/2011
rapporteert België aan het uitvoeringscomité van de VN.
Enkele voorbeelden van redelijke aanpassingen in het hoger
onderwijs
We geven een aantal voorbeelden die als redelijke aanpassing voor één
student in een specifieke context kunnen gecreëerd worden. Tegelijkertijd
kunnen deze voorbeelden ook gezien worden als ondersteunende maatregelen
voor alle studenten, die universeel geïnstalleerd kunnen worden.
1. Studiemateriaal
- Zorg voor een goede
inleiding van het geheel en de delen in je cursus.
- Formuleer je
doelstellingen duidelijk.
- Zorg voor
afwisseling in je documenten. Voorbeelden zijn: uitgeschreven tekst,
PowerPoint, illustraties, foto’s, schema’s, diverse oefeningen.
- Bij PowerPoint
slides gebruik je minimum een tekstgrootte van 18.
- Beperk de
hoeveelheid informatie per slide tot maximum 6 topics.
- Laat het gebruik van
PC toe,zowel tijdens de lessen als tijdens de examens.
- Gebruik een blauwe
achtergrond met gele tekst. Dat is duidelijker dan zwart op wit.
- Voorzie de
mogelijkheid om je cursus digitaal te verkrijgen.
- Stel het materiaal
voor de lessen beschikbaar, zodat studenten zich al kunnen
voorbereiden.
- Laat studenten
gebruik maken van nieuwe technologische hulpmiddelen, zoals een
Smartpen: iedere student noteert gedurende één les met de smartpen.
Hij duwt op ‘record’ en begint dan te schrijven. De notities hiervan,
samen met de audio-file, komen dan terecht op de website. Zo heeft
iedereen toegang tot een pakket aan notities en aan audio-materiaal
van de lessen.
2. Evaluaties
- Biedt gevarieerde
vragen aan die aansluiten bij verschillende leerstijlen van studenten:
reproductievragen, inzichtvragen, toepassingsvragen, ..
- Maak gebruik van
meerdere evaluatievormen : projecten, schriftelijk examen,
presentatie, interview, klasparticipatie, portfolio,
groepspresentatie, discussieforum, vaardigheidsevaluatie,
zelfevaluatie, enz.
- Voorzie meerdere
kleine en grote evaluatiemomenten via permanente en periodieke
evaluatie (in plaats van één of twee grote testsituaties).
- Voorzie proefexamens
online en op papier.
- Geef je studenten
voorbeeldvragen die men op een examenvraag kan verwachten.
- Zorg voor een
duidelijke vraagstelling tijdens het examen.
- Vraag aan andere
lectoren om je opdrachten en examens na te lezen.
- Geef de mogelijkheid
om examens af te leggen in een aparte ruimte. Dit geeft minder
afleiding van buitenaf.
- Geef de mogelijkheid
om meer tijd te vragen bij een examen.
- Geef de mogelijkheid
om een mondeling examen aan te vragen ipv een schriftelijk examen.
- Zorg dat je
examenkopij in voldoende groot lettertype staat.
- Geef de mogelijkheid
tot mondelinge toelichting bij een schriftelijk examen.
- Geef de mogelijkheid
tot gebruik van woordenboek tijdens het examen, wanneer spelling geen
essentieel curriculumonderdeel is.
3. Onderwijsvormen
- Wissel zo veel
mogelijk verschillende onderwijsvormen af met elkaar , zoals
(activerend) hoorcollege, casemethode, elektronische discussiegroep,
onderwijsleergesprek, probleemgestuurd onderwijs, projectonderwijs,
spelvormen.
- Geef aan dat
studenten ook na de les welkom zijn om aan te geven wat ze nodig
hebben.
- Probeer de
verwachtingen van de studenten te schetsen, in dialoog met hen.
- Hou in gedachten hoe
verschillend studenten kunnen leren. Daarom is het belangrijk om
te variëren in methodes en stijlen.
- Stimuleer studenten
om afspraken te maken met medestudenten om lesnotities te kopiëren.
- Wanneer je taken
geeft, zorg voor regelmatige feedback.
Er dienen niet alleen redelijke aanpassingen gemaakt te worden op vlak van
onderwijzen en leren zelf. De studeerervaring van studenten gaat immers
verder: sociaal netwerk, op kot gaan, studentenvoorzieningen… Ook hier
moeten redelijke aanpassingen voorzien worden (LINK, 2009).
Het voorzien van redelijke aanpassingen vereist een inspanning van alle
personeelsleden. Daarom is het belangrijk dat instellingen hoger onderwijs
opleiding voorzien voor hun personeel. In zo’n opleiding kan men werken aan
bewustwording en men kan er samen nadenken over concrete zaken zoals
evalueren, lesmateriaal…
Daarnaast is het belangrijk dat instellingen aan (toekomstige) studenten
communiceren over redelijke aanpassingen, bv. op opendeurdagen of tijdens
een introductieweek. Er moet gecommuniceerd worden via verschillende
kanalen en dit algemeen en doelgroepgericht.
Ten slotte moeten redelijke aanpassingen consequent voorzien worden. Daarom
is het interessant dat de hoger onderwijs instellingen strategisch te werk
gaan en redelijke aanpassingen opnemen in hun beleid en procedures. (LINK,
2009)
Universal Design for Learning (UDL)
Ondanks het feit dat er nog redelijke aanpassingen zullen nodig zijn in een
specifieke situatie, is het erg belangrijk om in de eerste plaats te
streven naar Universal Design. Het Verdrag inzake de Rechten van
Personen met een Handicap (2006) definieert in art. 2 Universal Design
of Universeel Ontwerp als ontwerpen van producten, omgevingen,
programma’s en diensten die door iedereen in de ruimst mogelijke zin
gebruikt kunnen worden zonder dat aanpassing of een speciaal ontwerp nodig is.
Universeel ontwerp omvat tevens ondersteunende middelen voor specifieke
groepen personen met een handicap, indien die nodig zijn.
Het begrip Universal Design is afkomstig uit de architectuur. Dit
gedachtegoed werd toegepast op onderwijs onder de naam Universal Design for
Learning (UDL). UDL betekent niet dat er één optimale benadering bestaat
voor alle studenten. Het betekent wel dat de onderwijsinstelling tegemoet
komt aan de noden van een heel diverse studentenpopulatie door flexibel om
te springen met doelstellingen, methoden, materialen, evaluatie… (www.cast.org).
UDL vertrekt vanuit drie richtlijnen die onderwijsinstellingen moeten
helpen om tegemoet te komen aan de noden van al hun studenten (www.udlcenter.org):
- Diversiteit en
flexibiliteit op vlak van representatie: informatie wordt best
op diverse manieren aangeboden zodat studenten op verschillende
manieren de kennis kunnen verwerven (bv. video, geschreven tekst,…).
- Diversiteit en
flexibiliteit op vlak van actie en expressie: studenten moeten
op verschillende manieren kunnen aantonen wat ze geleerd hebben (bv.
mondeling examen, schriftelijk examen,…).
- Diversiteit en
flexibiliteit in manieren om de betrokkenheid van studenten te
wekken: inspelen op de interesses van studenten en gepaste uitdagingen
aanbieden om de motivatie van studenten te verhogen (bv. gebruik maken
van Youtube, inspelen op de actualiteit,…)
Het
spreekt voor zich dat hoe beter hoger onderwijs instellingen gaan
anticiperen – dus hoe universeler zaken in een onderwijsinstelling
georganiseerd zijn – hoe minder redelijke aanpassingen nodig zijn. De
uitdaging is om proactief te werk te gaan zodat minder ad hoc aanpassingen
nodig zijn. Vragen naar redelijke aanpassingen zijn een belangrijke bron
van inspiratie en een aanmoediging voor instellingen hoger onderwijs op weg
naar Universal Design.
Het SIHO bedankt het Steunpunt
Recht en Onderwijs en het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor
Racismebestrijding voor de bijdrage aan het juridische luik van dit
document.
Voor vragen en informatie kan u het terecht bij het SIHO:
E: info@siho.be
T: 0473 59 09 72
W: www.siho.be
Bronnen
- Beleidsnota Gelijke
kansen 2009-2014. Samen gelijke kansen versterken. Pascal Smet, Vlaams
minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke kansen en Brussel, november
2009
- Center for Applied
Special Technology (CAST), geraadpleegd op www.cast.org
- Decreet van 10 juli
2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en
gelijkebehandelingsbeleid, geraadpleegd op www.ejustice.just.fgov.be
- Denissen, K.,
Léonard, R., Van den Brande, J., Wilems, L. (2010) Studeerwijzer. Op weg
naar succesvol studeren. VUB Press
- Herrington , M. ,
Simpson, D. (2002). Making reasonable adjustments with disabled
students in higher Education. University of Nottingham
- Learning Inclusively
– Network + Know-how (LINK) (2009) Reasonable Adjustments/Accommodations.
LINK Network Event Manchester (UK), 30/11/2009-1/12/2009
- Making your teaching
inclusive, geraadpleegd op www.open.ac.uk/inclusiveteaching
- National Center for
Universal Design for Learning, geraadpleegd op www.udlcenter.org
- Steunpunt Inclusief
Hoger Onderwijs (SIHO) (2009) Structuur en cultuur voor inclusie. Hoe
verhouden beide zich tot elkaar? Verslag studiedag 7 mei 2009,
geraadpleegd op www.siho.be
- Universal Design for
Instruction (UDI), geraadpleegd op www.siho.be
- VN-conventie van 13
december 2006 voor Gelijke Rechten van Personen met een Handicap,
geraadpleegd op www.gripvzw.be
|