Van:                                 SIHO [karen.leyman@howest.be]

Verzonden:                     maandag 30 mei 2011 16:38

Aan:                                Leyman Karen

Onderwerp:                    Themanieuwsbrief VN-verdrag en hoger onderwijs

 

 

 

 

Thema-nieuwsbrief VN-verdrag
en hoger onderwijs



Op 5 mei 2011 organiseerde het SIHO een ontmoetingsdag rond het VN-verdrag rond gelijke rechten voor personen met een beperking.

Het VN-verdrag inspireert. Het beschrijft een aantal zaken en geeft zo duidelijk een richting aan.

Samen met iedere instelling voor hoger onderwijs willen we op weg gaan naar de realisatie van dit verdrag. Het SIHO kiest hierbij bewust om participatief en bottom-up te werken.

We vinden het belangrijk om onderwijsinstellingen te informeren over de implicaties van het VN-verdrag, hen te inspireren met goede voorbeelden en om samen na denken over en te werken aan de realisatie van inclusief hoger onderwijs.

Hieronder vind je een overzicht van wat op deze ontmoetingsdag aan bod kwam.


1.    Implicaties van het VN-verdrag voor het Hoger Onderwijs


Juriste Machteld Verbruggen nam ons mee doorheen de implicaties van het VN-verdrag voor hoger onderwijs.

Sinds juli 2009 is het VN-verdrag voor gelijke rechten voor personen met een handicap in België van kracht.

Het verdrag definieert handicap ruim als “langdurige fysieke, mentale, verstandelijke of zintuiglijke beperkingen die hen in wisselwerking met diverse drempels kunnen beletten volledig, daadwerkelijk en op voet van gelijkheid met anderen te participeren in de samenleving”. Binnen de onderwijscontext vallen ook mensen met een leerstoornis onder.

In dit verdrag staat een inclusief onderwijssysteem centraal.

  • Het onderwijs (op alle niveaus) mag geen mensen uitsluiten op basis van hun beperking. 
  • Studenten hebben recht op redelijke aanpassingen en individuele ondersteuning. Bv. coachen, tolken Vlaamse Gebarentaal,... 

Redelijke aanpassingen zijn noodzakelijke wijzigingen die ervoor zorgen dat de student beter kan participeren, maar die geen disproportionele of onnodige last veroorzaken.
Een aanpassing is redelijker naargelang de aanpassing meer gebruikt wordt, voor meerdere mensen kan dienen,… Wanneer de aanpassing noodzakelijk of meer noodzakelijk is, mag deze ook duurder zijn, meer inspanningen vragen,… We vertrekken hierbij vanuit het vermoeden dat het gevraagde redelijk is.
Wanneer onderwijsinstellingen denken dat de gevraagde aanpassing toch disproportioneel is, moeten ze dit grondig motiveren. De onderwijsinstelling kan niet zomaar zeggen: ‘dit kan niet’. Bij de motivatie is onvoldoende draagkracht geen valide reden. Daarnaast moet de onderwijsinstelling samen met de student als gelijke in dialoog op zoek gaan naar alternatieve oplossingen (hoe kan het wel?).

  • Studenten met een beperking moeten op voet van gelijkheid met andere studenten worden behandeld (non-discriminatie) tenzij de praktijk objectief kan worden verantwoord vanuit een legitiem doel, en noodzakelijk en proportioneel is voor dit doel. 

Bv. Je kan een persoon met een visuele beperking weigeren om piloot te worden omwille van publieke veiligheid.

Let wel, non-discriminatie betekent niet dat iedereen altijd een gelijke behandeling moet krijgen. Het weigeren van redelijke aanpassingen betekent immers ook discriminatie. Bv. een onderwijsinstelling kan niet beslissen dat alle studenten examens altijd op papier moeten afleggen.

  • Toegankelijkheid van gebouwen, informatie staat centraal. Bv. wegwijzers ook in braille.
  • Onderwijsinstellingen moeten streven naar een universeel ontwerp dat iedereen kan gebruiken zonder dat aanpassing nodig is. (Let wel, bepaalde maatregelen blijven nodig voor bepaalde groepen.)

Bv. Alle studenten kunnen in het gebouw binnen komen via dezelfde weg.
Bv. Niet enkel studenten met dyslexie, maar alle studenten mogen gebruik maken van een spellingscorrector op de computer.


De grootste uitdaging voor het hoger onderwijs is nadenken over het diploma. We mogen niet te snel denken dat een persoon het beroep niet zal kunnen uitoefenen omwille van een beperking. Daarnaast mogen we er niet van uitgaan dat de persoon altijd het meest evidente beroep zal uitoefenen met een bepaald diploma.

M. Verbruggen gaf tot slot aan dat het Hoger Onderwijs al veel doet voor studenten met een beperking. Het VN-verdrag geeft het hoger onderwijs een steuntje in de rug om het goede werk verder te zetten.


2.    VN-verdrag: bedenkingen vanuit het hoger onderwijs–beleid

Met de ratificatie van het VN-verdrag ging de overheid een engagement aan om op weg te gaan naar (meer) inclusie in het hoger onderwijs. Patrick Willems legt uit hoe het Departement Onderwijs en Vorming dit wil realiseren.

  • Het aanpassen van regelgeving aan de bepalingen van het VN-verdrag waar nodig, bv. participatiedecreet en het behoud van regelgeving die nu al mogelijkheden biedt tot het creëren van gelijke kansen, bv. het flexibiliseringsdecreet .
  • Het ondersteunen van onderwijsinstellingen en studenten

- door het bekijken vanuit het VN-verdrag naar welke ondersteuning de studenten nu krijgen van de overheid en de onderwijsinstellingen en hoe deze ondersteuning wordt georganiseerd. Hierbij kan de rol van de onderwijsinstellingen, de associaties en het SIHO aan bod komen.

-  via inhoudelijke discussies rond de invulling van inclusie in het hoger onderwijs, het systeem van GON-begeleiding (is het onvoldoende?), de rol van Universal Design for Learning in het hoger onderwijs,…


P. Willems nodigt onderwijsinstellingen hierbij uit om contact op te nemen met het departement Onderwijs en Vorming wanneer de instelling struikelblokken ervaart.

P. Willems besluit dat studenten met een functiebeperking dezelfde rechten hebben en dezelfde kansen moeten krijgen als alle andere studenten.


3.    Getuigenis: Studeren met een functiebeperking op Universiteit Antwerpen

Annelore Ottoy (studentenbegeleider, zorgcoördinator voor studenten met een beperking en/of chronische ziekte aan UA) vertelt hoe men aan de Universiteit Antwerpen aan de slag ging met het VN-verdrag.

Vanuit een inclusieve visie krijgen studenten met een beperking aan de Universiteit Antwerpen ondersteuning op de algemene dienst voor Studieadvies en Studentenbegeleiding.

Naar aanleiding van het VN-verdrag ontwierp de dienst een nieuwe procedure voor de aanvraag van redelijke aanpassingen voor onderwijs en/of examens, om zo de rechten van hun studenten meer te garanderen.

Bv. Recent kreeg de UA een vraag van een student met een fysieke beperking die dokter wil worden. Vanuit de visie van het VN-verdrag wijzen ze deze vraag niet direct af. Er zal een overleg plaats vinden met de studentenbegeleider, student en de betrokken docenten. Samen zullen ze actief zoeken naar oplossingen.


4.    Aan de slag met het VN-verdrag - Workshops

In de workshops zochten de deelnemers van de ontmoetingsdag themagericht naar mogelijkheden in de toekomst. Ze gaven hierbij aan welke behoeften ze ervaren om dit mogelijk te maken.

Hieronder vind je de thema’s die aan bod kwamen.
Klik verder onder elk thema om te zien welke mogelijkheden en behoeften deelnemers van de workshop aanhaalden.

Thema: Inclusie ook op het niveau van hoger onderwijs

Het VN-verdrag is duidelijk: mensen met een beperking hebben het recht op inclusief onderwijs op alle onderwijsniveaus. Ze hebben m.a.w. het recht om onderwijs te volgen in die onderwijsinstelling die ze ook zouden kiezen wanneer ze hun beperking niet hadden. Mensen met een beperking mogen niet worden uitgesloten omwille van die beperking.

Mogelijkheden en behoeften.

Thema: toegankelijkheid gebouwen, leeromgeving, lessen,… en universeel ontwerp

Eén van de algemene principes van het VN-verdrag is de toegankelijkheid. Er moeten maatregelen genomen worden om de toegankelijkheid van de onderwijsinfrastructuur (in brede zin, bv. ook bewegwijzering in braille) te garanderen.

Daarnaast wordt in het VN-verdrag de klemtoon gelegd op deelname in de gewone samenleving en niet op speciale diensten. Een inclusief onderwijssysteem impliceert dat de onderwijsinstelling haar fysieke maar ook haar (leer)omgeving geschikt moet maken. M.a.w. dat ze deze moet aanpassen voor personen met een beperking. Hiervan is sprake bij universeel ontwerp. Deze kunnen zoveel mogelijk door iedereen gebruikt worden zonder dat individuele aanpassingen nodig zijn.

Mogelijkheden en behoeften.

Thema: competenties personeel onderwijsinstelling

Het VN-verdrag gaat in op de eisen die een inclusief onderwijssysteem stelt aan de competenties van leerkrachten, leidinggeven en medewerkers. De onderwijsinstelling moet leerkrachten hebben met specifieke vaardigheden zoals kennis van braille en/of gebarentaal. Daarnaast schrijft het verdrag voor het onderwijspersoneel opleiding voor waaronder
 ‘disability awareness’, het gebruik van ondersteunende communicatie en andere methoden, middelen en vormen van en voor communicatie, onderwijstechnieken en materialen om personen met een beperking te ondersteunen,…

Mogelijkheden en behoeften.

Thema redelijke aanpassingen en ondersteuning

Volwaardig participeren kan pas wanneer drempels worden weggewerkt en er voldoende ondersteuning en redelijke aanpassingen worden voorzien (assistentie, hulpmiddelen,…. ) Zonder hebben ze zeker geen gelijke kansen. Het verdrag maakt deze ondersteuning op maat afdwingbaar.

Bovendien vereist inclusief onderwijs geen passieve houding van de onderwijsinstelling die erin bestaat eventueel gevraagde aanpassingen als disproportioneel af te wijzen, maar moet zij actief mee op zoek gaan naar oplossingen en desgevallend tegenvoorstellen doen die niet disproportioneel zijn.

Mogelijkheden en behoeften.



Het SIHO - mei 2011