|
Thema-nieuwsbrief VN-verdrag
en hoger onderwijs
Op 5 mei 2011 organiseerde het SIHO een ontmoetingsdag rond het VN-verdrag
rond gelijke rechten voor personen met een beperking.
Het VN-verdrag inspireert. Het beschrijft een aantal zaken en geeft zo
duidelijk een richting aan.
Samen met iedere instelling voor hoger onderwijs willen we op weg gaan naar
de realisatie van dit verdrag. Het SIHO kiest hierbij bewust om
participatief en bottom-up te werken.
We vinden het belangrijk om onderwijsinstellingen te informeren over de
implicaties van het VN-verdrag, hen te inspireren met goede voorbeelden en
om samen na denken over en te werken aan de realisatie van inclusief hoger
onderwijs.
Hieronder vind je een overzicht van wat op deze ontmoetingsdag aan bod
kwam.
1. Implicaties van het
VN-verdrag voor het Hoger Onderwijs
Juriste Machteld Verbruggen nam ons mee doorheen de implicaties van het
VN-verdrag voor hoger onderwijs.
Sinds juli 2009 is het VN-verdrag voor gelijke rechten voor personen met
een handicap in België van kracht.
Het verdrag definieert handicap ruim als “langdurige fysieke, mentale,
verstandelijke of zintuiglijke beperkingen die hen in wisselwerking met
diverse drempels kunnen beletten volledig, daadwerkelijk en op voet van
gelijkheid met anderen te participeren in de samenleving”. Binnen de
onderwijscontext vallen ook mensen met een leerstoornis onder.
In dit verdrag staat een inclusief onderwijssysteem centraal.
- Het onderwijs (op
alle niveaus) mag geen mensen uitsluiten op basis van hun
beperking.
- Studenten hebben
recht op redelijke aanpassingen en individuele ondersteuning.
Bv. coachen, tolken Vlaamse Gebarentaal,...
Redelijke
aanpassingen zijn noodzakelijke wijzigingen die ervoor zorgen dat de
student beter kan participeren, maar die geen disproportionele of onnodige
last veroorzaken.
Een aanpassing is redelijker naargelang de aanpassing meer gebruikt wordt,
voor meerdere mensen kan dienen,… Wanneer de aanpassing noodzakelijk of
meer noodzakelijk is, mag deze ook duurder zijn, meer inspanningen vragen,…
We vertrekken hierbij vanuit het vermoeden dat het gevraagde redelijk is.
Wanneer onderwijsinstellingen denken dat de gevraagde aanpassing toch disproportioneel
is, moeten ze dit grondig motiveren. De onderwijsinstelling kan niet zomaar
zeggen: ‘dit kan niet’. Bij de motivatie is onvoldoende draagkracht geen
valide reden. Daarnaast moet de onderwijsinstelling samen met de student
als gelijke in dialoog op zoek gaan naar alternatieve oplossingen (hoe kan
het wel?).
- Studenten met een
beperking moeten op voet van gelijkheid met andere studenten worden
behandeld (non-discriminatie) tenzij de praktijk objectief kan worden
verantwoord vanuit een legitiem doel, en noodzakelijk en proportioneel
is voor dit doel.
Bv.
Je kan een persoon met een visuele beperking weigeren om piloot te worden
omwille van publieke veiligheid.
Let wel, non-discriminatie betekent niet dat iedereen altijd een gelijke
behandeling moet krijgen. Het weigeren van redelijke aanpassingen betekent
immers ook discriminatie. Bv. een onderwijsinstelling kan niet beslissen
dat alle studenten examens altijd op papier moeten afleggen.
- Toegankelijkheid van gebouwen,
informatie staat centraal. Bv. wegwijzers ook in braille.
- Onderwijsinstellingen
moeten streven naar een universeel ontwerp dat iedereen kan
gebruiken zonder dat aanpassing nodig is. (Let wel, bepaalde
maatregelen blijven nodig voor bepaalde groepen.)
Bv.
Alle studenten kunnen in het gebouw binnen komen via dezelfde weg.
Bv. Niet enkel studenten met dyslexie, maar alle studenten mogen gebruik
maken van een spellingscorrector op de computer.
De grootste uitdaging voor het hoger onderwijs is nadenken over het
diploma. We mogen niet te snel denken dat een persoon het beroep niet zal
kunnen uitoefenen omwille van een beperking. Daarnaast mogen we er niet van
uitgaan dat de persoon altijd het meest evidente beroep zal uitoefenen met
een bepaald diploma.
M. Verbruggen gaf tot slot aan dat het Hoger Onderwijs al veel doet voor
studenten met een beperking. Het VN-verdrag geeft het hoger onderwijs een
steuntje in de rug om het goede werk verder te zetten.
2. VN-verdrag: bedenkingen vanuit het
hoger onderwijs–beleid
Met de ratificatie van het VN-verdrag ging de overheid een engagement aan
om op weg te gaan naar (meer) inclusie in het hoger onderwijs. Patrick
Willems legt uit hoe het Departement Onderwijs en Vorming dit wil
realiseren.
- Het aanpassen van regelgeving
aan de bepalingen van het VN-verdrag waar nodig, bv.
participatiedecreet en het behoud van regelgeving die nu al
mogelijkheden biedt tot het creëren van gelijke kansen, bv. het
flexibiliseringsdecreet .
- Het ondersteunen
van onderwijsinstellingen en studenten
-
door het bekijken vanuit het VN-verdrag naar welke ondersteuning de
studenten nu krijgen van de overheid en de onderwijsinstellingen en hoe
deze ondersteuning wordt georganiseerd. Hierbij kan de rol van de
onderwijsinstellingen, de associaties en het SIHO aan bod komen.
- via inhoudelijke discussies rond de invulling van inclusie in het
hoger onderwijs, het systeem van GON-begeleiding (is het onvoldoende?), de
rol van Universal Design for Learning in het hoger onderwijs,…
P. Willems nodigt onderwijsinstellingen hierbij uit om contact op te nemen
met het departement Onderwijs en Vorming wanneer de instelling
struikelblokken ervaart.
P. Willems besluit dat studenten met een functiebeperking dezelfde rechten
hebben en dezelfde kansen moeten krijgen als alle andere studenten.
3. Getuigenis: Studeren met een
functiebeperking op Universiteit Antwerpen
Annelore Ottoy (studentenbegeleider, zorgcoördinator voor studenten met een
beperking en/of chronische ziekte aan UA) vertelt hoe men aan de
Universiteit Antwerpen aan de slag ging met het VN-verdrag.
Vanuit een inclusieve visie krijgen studenten met een beperking aan de
Universiteit Antwerpen ondersteuning op de algemene dienst voor
Studieadvies en Studentenbegeleiding.
Naar aanleiding van het VN-verdrag ontwierp de dienst een nieuwe procedure
voor de aanvraag van redelijke aanpassingen voor onderwijs en/of examens,
om zo de rechten van hun studenten meer te garanderen.
Bv. Recent kreeg de UA een vraag van een student met een fysieke beperking
die dokter wil worden. Vanuit de visie van het VN-verdrag wijzen ze deze
vraag niet direct af. Er zal een overleg plaats vinden met de
studentenbegeleider, student en de betrokken docenten. Samen zullen ze
actief zoeken naar oplossingen.
4. Aan de slag met het VN-verdrag - Workshops
In de workshops zochten de deelnemers van de ontmoetingsdag themagericht
naar mogelijkheden in de toekomst. Ze gaven hierbij aan welke behoeften ze
ervaren om dit mogelijk te maken.
Hieronder vind je de thema’s die aan bod kwamen.
Klik verder onder elk thema om te zien welke mogelijkheden en behoeften
deelnemers van de workshop aanhaalden.
Thema: Inclusie ook op het niveau van hoger onderwijs
Het VN-verdrag is duidelijk: mensen met een beperking hebben het recht op
inclusief onderwijs op alle onderwijsniveaus. Ze hebben m.a.w. het recht om
onderwijs te volgen in die onderwijsinstelling die ze ook zouden kiezen
wanneer ze hun beperking niet hadden. Mensen met een beperking mogen niet
worden uitgesloten omwille van die beperking.
Mogelijkheden en behoeften.
Thema: toegankelijkheid gebouwen, leeromgeving, lessen,… en universeel
ontwerp
Eén van de algemene principes van het VN-verdrag is de toegankelijkheid. Er
moeten maatregelen genomen worden om de toegankelijkheid van de
onderwijsinfrastructuur (in brede zin, bv. ook bewegwijzering in braille)
te garanderen.
Daarnaast wordt in het VN-verdrag de klemtoon gelegd op deelname in de
gewone samenleving en niet op speciale diensten. Een inclusief
onderwijssysteem impliceert dat de onderwijsinstelling haar fysieke maar
ook haar (leer)omgeving geschikt moet maken. M.a.w. dat ze deze moet
aanpassen voor personen met een beperking. Hiervan is sprake bij universeel
ontwerp. Deze kunnen zoveel mogelijk door iedereen gebruikt worden zonder
dat individuele aanpassingen nodig zijn.
Mogelijkheden en behoeften.
Thema: competenties personeel onderwijsinstelling
Het VN-verdrag gaat in op de eisen die een inclusief onderwijssysteem stelt
aan de competenties van leerkrachten, leidinggeven en medewerkers. De
onderwijsinstelling moet leerkrachten hebben met specifieke vaardigheden
zoals kennis van braille en/of gebarentaal. Daarnaast schrijft het verdrag
voor het onderwijspersoneel opleiding voor waaronder
‘disability awareness’, het gebruik van ondersteunende communicatie
en andere methoden, middelen en vormen van en voor communicatie,
onderwijstechnieken en materialen om personen met een beperking te
ondersteunen,…
Mogelijkheden en behoeften.
Thema redelijke aanpassingen en ondersteuning
Volwaardig participeren kan pas wanneer drempels worden weggewerkt en er
voldoende ondersteuning en redelijke aanpassingen worden voorzien
(assistentie, hulpmiddelen,…. ) Zonder hebben ze zeker geen gelijke kansen.
Het verdrag maakt deze ondersteuning op maat afdwingbaar.
Bovendien vereist inclusief onderwijs geen passieve houding van de
onderwijsinstelling die erin bestaat eventueel gevraagde aanpassingen als
disproportioneel af te wijzen, maar moet zij actief mee op zoek gaan naar
oplossingen en desgevallend tegenvoorstellen doen die niet disproportioneel
zijn.
Mogelijkheden en behoeften.
Het SIHO - mei 2011
|