Cijfergegevens
Aantal studenten met een functiebeperking
Hoeveel studenten met een functiebeperking studeren er aan Vlaamse hogescholen en universiteiten?
Antwoord
Verschillende partijen die betrokken zijn bij het hoger onderwijs zijn vragende partij voor de registratie van kansengroepen. Zo kunnen we in verschillende adviezen (Raad Hoger Onderwijs, 2006a, 2006b, 2006c, 2007, 2008a, 2008b) van de Raad Hoger Onderwijs de verschillende argumenten lezen voor een adequate registratie van kansengroepen, waaronder studenten met een functiebeperking. Ook de VVS verwijst op hun webstek naar de noodzaak van deze registratie.
In Vlaanderen zijn er voorlopig heel weinig cijfergegevens voorhanden over de deelname van studenten met functiebeperkingen in het hoger onderwijs, evenals over evoluties in de studentenpopulatie. In de bijlage van het advies van de Raad van Hoger Onderwijs van 13 juni 2006 (‘Participatie van studenten met een functiebeperking aan het hoger onderwijs’) geeft men wel een schatting van mogelijke aantallen door zicht te baseren op (en te verwijzen naar) de situatie in Nederland en Engeland. Gezien de specifieke onderwijsstelsels in de verschillende landen, zijn deze cijfers slechts een indicatie voor de situatie in Vlaanderen. (
http://www.vlor.be/bestanden/documenten/rho-adv004-0506bijl1.doc)
Ook op de website van de VVS kan je een verwijzing naar Nederland en Engeland als indicatie lezen. (
http://www.vvs.ac/informatie-en-documentatie/diversiteit/kansengroepen/functiebeperkingen).
Een groot aantal instellingen test momenteel wel een manier van registreren uit, die de Raad Hoger Onderwijs voorstelde, waarmee alle kansengroepen gevat worden (Raad Hoger Onderwijs, 2008b).
Uit de informatieronde die het Steunpunt Inclusief Hoger Onderwijs recent heeft gedaan bij verschillende instellingen hoger onderwijs blijkt opnieuw dat er nog geen exacte cijfers zijn op dit moment. De verschillende aanspreekpunten hebben nu vaak enkel zicht op studenten die faciliteiten aanvragen. Ook hier komt de vraag naar meer detectie zodat ook studenten met een functiebeperking die geen faciliteiten opvragen, worden opgenomen.
De verschillende aanspreekpunten hebben wel een beeld over het aantal studenten dat zich aanmeldt.
Referenties:
- Raad Hoger Onderwijs (2006a, 14 februari). Advies over de vervolgnota financiering hoger onderwijs.
- Raad Hoger Onderwijs (2006b, 13 juni). Advies over de realistaite van inclusief hoger onderwijs.
- Raad Hoger Onderwijs (2006c, 14 november). Advies over de registratie van studenten met een functiebeperking voor overheidsfinanciering.
- Raad Hoger Onderwijs (2007a, 12 juni). Advies over de registratie van studenten met een functiebeperking: procedure en objectivering.
- Raad Hoger Onderwijs (2007b, 12 juni). Advies over het voorontwerp van decreet betreffende de financiering van de werking van de hogescholen en de universiteiten in Vlaanderen.
- Raad Hoger Onderwijs (2008a, 15 januari). Advies over de flexibilisering van het Vlaamse hoger onderwijs.
- Raad Hoger Onderwijs (2008b, 15 april). Advies over de registratie van kansengroepen
Al deze adviezen zijn terug te vinden op de website van de Vlaamse Onderwijsraad (www.vlor.be).
Het rapport met de bevindingen van de informatieronde vind je
hier.
Aantal studenten met functiebeperkingen op Erasmus
Bestaan er cijfergegevens m.b.t. het aantal studenten met een functiebeperking dat op Erasmus gaat?
AntwoordStudenten met een functiebeperking zijn niet verplicht zich te registreren. Het is dus sowieso moeilijk om exacte cijfers te krijgen rond studenten met een functiebeperking.
In het Erasmusprogramma zijn er wel extra middelen voorzien voor studenten (en docenten) met een functiebeperking. Deze studenten krijgen buiten hun gewone Erasmusbeurs een vergoeding voor de buitengewone kosten die vanwege de functiebeperking gemaakt moeten worden. Hiervoor moet een dossier worden samengesteld met een raming van de kosten, dat moet worden bezorgd aan het Nationaal Erasmusagentschap (in België Epos vzw). Je kan eventueel contact opnemen met Epos vzw en de vraag stellen of je een studie mag doen op basis van hun gegevens. Let wel, sommige studenten met een functiebeperking vertrekken op Erasmus, en vragen geen extra financiële vergoeding aan bij Epos vzw.
De contactgegevens van Epos vzw zijn terug te vinden op hun website:
www.epos-vlaanderen.be.
Nog een mogelijkheid is het contacteren van het aanspreekpunt voor studenten met een functiebeperking in de verschillende instellingen hoger onderwijs. Mogelijks hebben zij zicht op het aantal studenten met een functiebeperking die ze begeleidden én die deelnamen aan het Erasmusprogramma.
De contactgegevens van alle aanspreekpunten vind je
hier.
Tenslotte kan je misschien Handicap+Studie (die ook deelnamen aan het project ‘Study Abroad without Limits’) contacteren met de vraag of zij eventueel algemene gegevens ter beschikking hebben.
Dyslexie: cijfergegevens en ondersteuning
Heeft het SIHO concrete cijfers over dyslexie, het voorkomen in België, Vlaanderen, in het onderwijs, enzovoort?
Heeft het SIHO concrete gegevens hierover, of recente documenten waarin men deze informatie kan terugvinden?
Antwoord
Op dit ogenblik is het zo dat niet elke instelling hoger onderwijs haar studenten met dyslexie ‘telt'. Diegene die het toch doen, doen dat ook nog eens op een verschillende manier. Duidelijk cijfers zijn er dus niet direct voorhanden.
In Desoete, A. (2009). “Cursus leerstoornissen. Algemene thema's. Lezen, spellen, dyslexie. Rekenen, dyscalculie” schrijft de auteur in haar cursus: Prevalentie dyslexie zelf (als leerstoornis) komt bij 2 à 10 van de kinderen voor. De verhouding meisjes – jongens varieert van 1 à 2 tot 4 keer meer jongens (Flannery, Liederman, Daly & Schultz, 2000; Rutter e.a., 2004). Er is een successieve comorbiditeit van 50-80% met Spraak-Taal-OntwikkelingsStoornissen (of STOS; Njiokiktjien, 2004). Het gaat in 56% (Light & DeFries, 1995) om een dubbeldiagnose van dyscalculie en dyslexie. Verder zien we een heterotypische comorbide problematiek van 15-40% met ADHD (Suk-Han Ho, Wai-Ock Chan, Leung, Lee & Tsang, 2005) en van 19% met Developmental Coordination Disorder (DCD; de vervanger van dyspraxie) (Suk-Han Ho e.a., 2005)
Op een studiedag van de VLOR kwamen enkele cijfergegevens aan bod bij de voorstelling van de
studentenmonitor.
Er is wel enige voorzichtigheid geboden om deze cijfers over te nemen. De studentenmonitor geeft immers aan dat in het hoger onderswijs 3% van de studenten een functiebeperking heeft, terwijl de schatting is dat 8 à 10 % van de studenten een functiebeperking heeft. Dit komt omdat niet alle studenten zich laten registreren.
Van die studenten die aangeven een functiebeperking te hebben (in de studentenmonitor) is de meest voorkomende beperking wel een leerstoornis (dus wel ruimer dan enkel dyslexie) (38% ).
Op een studiedag van Hogeschool Gent op 9 december 2010 werd verteld dat in Hogeschool Gent meer dan 60% van de studenten die beroep doen op ondersteuning studenten zijn met een leerstoornis.
BSH (begeleidingsdienst voor studenten met een functiebeperking in Gent) heeft een film gemaakt over studeren met dyslexie in het hoger onderwijs. Zij hebben hier ook een boekje bij uitgegeven. Misschien vind je daar bruikbaar materiaal voor jouw onderzoek in. Je kan dit vinden op de website:
www.dyslexie.UGent.be.
Ook op de website van het SIHO vind je in de
wegwijzer ‘Dyslexie’ heel wat informatie over studeren met dyslexie.
In de
zoekmachine van Handicap+Studie vind je een heleboel redelijke aanpassingen voor dyslexie.
Je vind daar ook informatie over softwareondersteunende programma's zoals de voorleesprogramma's SPRINT en Kurzweil 3000. Er zijn nu ook nieuwe programma's zoals Woody (dit is een programma dat je helpt bij het schrijven bv. er verschijnen 2 kolommen met woorden zodat je indien je een woord kan corrigeren wanneer je het verkeerd schrijft). Dit programma is samen met Dragon speech (speech-to-tekst programma) vrij recent en er loopt een proefproject hier rond bij
BSH.
Er zijn niet enkel redelijke aanpassingen, maar nog beter is om Universal Design for Learning (UDL) toe te passen. Dit betekent dat de lessen zo aangepast worden dat ALLE studenten daar baat bij hebben. Op die manier heb je minder nood aan ad hoc redelijke aanpassingen.
Een aantal voorbeelden van UDL zijn :
- Verschillende soorten documenten: uitgeschreven tekst, PowerPoint, illustraties, foto’s…
- Tekst in PowerPoint presentaties met minimum tekstgrootte 18
- Digitaal lesmateriaal (cursus, notities, ...)
- Lettertype Arial, Comic Sans MS, ...
- Gevarieerde vragen: reproductie, inzicht, toepassing…
- (Keuze tussen) verschillende evaluatievormen: project, presentatie, portfolio, discussieforum, schriftelijk examen, mondeling examen…
- Voorbeeldvragen
- Examenformulier in voldoende groot lettertype
- Gebruik woordenboek tijdens het examen
Meer informtaie vind je hiervan op
www.cast.org (online module UDL).
Terug naar overzicht ad hoc vragen
Print pagina
Terug naar vorige pagina