Hulpmiddelen en personele ondersteuning
Aanpassing gebouw vs. monumentenzorg
Een hogeschool wil een leuning installeren langs de trap die naar de hoofdingang van het schoolgebouw leidt. Hiermee wil ze tegemoet komen aan de vraag van een student met een functiebeperking. De hogeschool vreest echter dat ze hierdoor in aanvaring zal komen met monumentenzorg. Wat zegt de wet hierover?
AntwoordRecent werd het Vlaams Decreet goedgekeurd dat van kracht wordt op 1 maart 2010: de Stedenbouwkundige Verordening betreffende Toegankelijkheid.
Daarin worden de criteria opgenomen waaraan een nieuwbouw- of renovatieproject moet voldoen wat betreft toegankelijkheid. Wat monumenten betreft bepaalt het Decreet dat er een afweging moet gemaakt worden tussen de erfgoedwaarde en de toegankelijkheid. Deze afweging moet wel gemotiveerd worden maar het blijft natuurlijk arbitrair.
Artikel 35:
Bij vergunningsplichtige werken, die vallen onder de toepassing van artikel 2, §2, 3°; maakt de entiteit, die door de Vlaamse Regering belast is met taken van beleidsuitvoering inzake onroerend erfgoed, in haar advies een afweging tussen de vereisten inzake toegankelijkheid enerzijds en de te behouden erfgoedwaarden anderzijds.Meer informatie over het Vlaams Decreet is te vinden op
www.toegankelijkgebouw.be.
Artikel 35 wordt toegelicht op volgende
webpagina.
Weliswaar is dit decreet nog niet van kracht, en is het ook niet van toepassing op de voorliggende situatie die om een kleine ingreep gaat, maar het geeft wel de denktrant aan. Niet alleen de erfgoedwaarde speelt, maar toegankelijkheid staat op gelijke voet. Dat kan dus zeker uitgespeeld worden in de vraag aan monumentenzorg.
Er kan ook verwezen worden naar het concept van redelijke aanpassingen in de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie, die het niet voorzien van redelijke aanpassingen (bijvoorbeeld het aanbrengen van een armleuning) ziet als een vorm van discriminatie. En naar het recent door België geratificeerde Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap.
Dyslexie: cijfergegevens en ondersteuning
Heeft het SIHO concrete cijfers over dyslexie, het voorkomen in België, Vlaanderen, in het onderwijs, enzovoort?
Heeft het SIHO concrete gegevens hierover, of recente documenten waarin men deze informatie kan terugvinden?
Antwoord
Op dit ogenblik is het zo dat niet elke instelling hoger onderwijs haar studenten met dyslexie ‘telt'. Diegene die het toch doen, doen dat ook nog eens op een verschillende manier. Duidelijk cijfers zijn er dus niet direct voorhanden.
In Desoete, A. (2009). “Cursus leerstoornissen. Algemene thema's. Lezen, spellen, dyslexie. Rekenen, dyscalculie” schrijft de auteur in haar cursus: Prevalentie dyslexie zelf (als leerstoornis) komt bij 2 à 10 van de kinderen voor. De verhouding meisjes – jongens varieert van 1 à 2 tot 4 keer meer jongens (Flannery, Liederman, Daly & Schultz, 2000; Rutter e.a., 2004). Er is een successieve comorbiditeit van 50-80% met Spraak-Taal-OntwikkelingsStoornissen (of STOS; Njiokiktjien, 2004). Het gaat in 56% (Light & DeFries, 1995) om een dubbeldiagnose van dyscalculie en dyslexie. Verder zien we een heterotypische comorbide problematiek van 15-40% met ADHD (Suk-Han Ho, Wai-Ock Chan, Leung, Lee & Tsang, 2005) en van 19% met Developmental Coordination Disorder (DCD; de vervanger van dyspraxie) (Suk-Han Ho e.a., 2005)
Op een studiedag van de VLOR kwamen enkele cijfergegevens aan bod bij de voorstelling van de
studentenmonitor.
Er is wel enige voorzichtigheid geboden om deze cijfers over te nemen. De studentenmonitor geeft immers aan dat in het hoger onderswijs 3% van de studenten een functiebeperking heeft, terwijl de schatting is dat 8 à 10 % van de studenten een functiebeperking heeft. Dit komt omdat niet alle studenten zich laten registreren.
Van die studenten die aangeven een functiebeperking te hebben (in de studentenmonitor) is de meest voorkomende beperking wel een leerstoornis (dus wel ruimer dan enkel dyslexie) (38% ).
Op een studiedag van Hogeschool Gent op 9 december 2010 werd verteld dat in Hogeschool Gent meer dan 60% van de studenten die beroep doen op ondersteuning studenten zijn met een leerstoornis.
BSH (begeleidingsdienst voor studenten met een functiebeperking in Gent) heeft een film gemaakt over studeren met dyslexie in het hoger onderwijs. Zij hebben hier ook een boekje bij uitgegeven. Misschien vind je daar bruikbaar materiaal voor jouw onderzoek in. Je kan dit vinden op de website:
www.dyslexie.UGent.be.
Ook op de website van het SIHO vind je in de
wegwijzer ‘Dyslexie’ heel wat informatie over studeren met dyslexie.
In de
zoekmachine van Handicap+Studie vind je een heleboel redelijke aanpassingen voor dyslexie.
Je vind daar ook informatie over softwareondersteunende programma's zoals de voorleesprogramma's SPRINT en Kurzweil 3000. Er zijn nu ook nieuwe programma's zoals Woody (dit is een programma dat je helpt bij het schrijven bv. er verschijnen 2 kolommen met woorden zodat je indien je een woord kan corrigeren wanneer je het verkeerd schrijft). Dit programma is samen met Dragon speech (speech-to-tekst programma) vrij recent en er loopt een proefproject hier rond bij
BSH.
Er zijn niet enkel redelijke aanpassingen, maar nog beter is om Universal Design for Learning (UDL) toe te passen. Dit betekent dat de lessen zo aangepast worden dat ALLE studenten daar baat bij hebben. Op die manier heb je minder nood aan ad hoc redelijke aanpassingen.
Een aantal voorbeelden van UDL zijn :
- Verschillende soorten documenten: uitgeschreven tekst, PowerPoint, illustraties, foto’s…
- Tekst in PowerPoint presentaties met minimum tekstgrootte 18
- Digitaal lesmateriaal (cursus, notities, ...)
- Lettertype Arial, Comic Sans MS, ...
- Gevarieerde vragen: reproductie, inzicht, toepassing…
- (Keuze tussen) verschillende evaluatievormen: project, presentatie, portfolio, discussieforum, schriftelijk examen, mondeling examen…
- Voorbeeldvragen
- Examenformulier in voldoende groot lettertype
- Gebruik woordenboek tijdens het examen
Meer informtaie vind je hiervan op
www.cast.org (online module UDL).
GON-begeleiding
Kan een student zelf zijn GON begeleider kiezen? Hoe moet dat dan? Sommige studenten weigeren deze hulp omdat de aangeduide GON begeleider niet voldoet.
Antwoord
Het Vlaams Ministerie Onderwijs en Vorming bevestigt dat studenten hoger onderwijs die GON-begeleiding krijgen niet zelf een GON-begeleider kunnen kiezen. De GON-begeleiding wordt georganiseerd vanuit een school Buitengewoon Onderwijs, en wie GON-begeleiding verzorgt, behoort dus tot hun personeelsbeleid. Vele scholen hebben verschillende GON-begeleiders, maar vaak spelen praktische elementen een rol bij de matching.
Bij het Ministerie is men momenteel aan het bekijken of GON-begeleiding voor het Hoger Onderwijs eventueel anders kan worden georganiseerd. Het valt immers op dat GON vaak in het basis en secundair onderwijs wordt gevraagd, maar niet in het hoger onderwijs.
Wanneer studenten knelpunten ervaren met GON in het hoger onderwijs, is het ministerie zeker geïnteresseerd om deze te horen. Je kan hen deze knelpunten of voorstellen doorgeven, via mail of telefoon. Zij zijn immers ook op zoek naar betere systemen om leerlingen en studenten met een functiebeperking te ondersteunen. Het zou dus goed zijn om hen dit te laten weten.
Contactgegevens:
Els Exter
T: 02/553.89.41
E:
els.exter@ond.vlaanderen.beMomenteel loopt er binnen Hogeschool Gent een kleinschalig onderzoek waar GON in het hoger onderwijs geëvalueerd wordt. De onderzoekers zijn Eveline Dewindt en Tina Goethals (E:
Eveline.Dewindt@hogent.be en
Tina.Goethals@hogent.be). Misschien is het voor hen ook interessant om te horen wat mogelijke moeilijkheden zijn.
Livescribe Smartpen
De aankoopdienst van een hogeschool kreeg bericht van de leverancier van de Livescribe Pulse Smartpen.
Heeft het SIHO hier ervaring mee? Zijn er nog andere scholen met dergelijk materiaal bezig? Zijn er eventueel nog andere aanbieders op de markt?
Antwoord
Wij hoorden inderdaad al van deze Livescribe Smartpen. In februari 2010 was er een online congres over ‘Universal Design for Learning’ waarbij de Smartpen aan bod kwam.
Op dit online congres hoorden we een professor die een Smartpen heeft waarmee hij studenten om beurt nota’s laat nemen. Deze nota’s worden dan online geplaatst voor alle studenten. De Smartpen neemt de lessen ook op waardoor studenten (stukken van) de lessen kunnen herbeluisteren.
Uit de informatie van dit online congres blijkt dat de Smartpen een handige tool is met het oog op Univeral Design for Learning. Zowel docenten als studenten zijn er zeer enthousiast over.
Op het internet vonden we enkel Smartpennen van het merk Livescribe. Voor zover wij weten zijn er geen andere merken.
Er is wel bij Fnac een pen te koop, maar die heeft minder mogelijkheden dan de Smartpen van Livescribe. De pen bij Fnac is van
Irisnotes. Deze is geschikt om notities digitaal om te zetten, maar neemt de lessen niet op.
We lazen ook een
forumbericht over de Smartpen. Blijkbaar moet je met de pen schrijven op speciaal papier.
Wij hebben nog niet gehoord van andere hoger onderwijsinstellingen in Vlaanderen die deze pen gebruiken.
Pedagogische hulp
Een student heeft de aanvraag goedgekeurd gekregen om pedagogische hulp bij hogere studies te krijgen.
Hij heeft bij het VAPH al proberen meer info te krijgen van hoe te werk gaan, maar ze blijven redelijk vaag.
Weet het SIHO wat hij nu moet doen of hoe eraan te beginnen?
Mag dit gelijk welke begeleider zijn?
Antwoord
Studenten met een visuele of auditieve beperking uit het hoger onderwijs kunnen via het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) vaktechnische en inhoudelijke begeleiding krijgen om de leerstof inhoudelijk beter te begrijpen. Het zijn dus eigenlijk lessen buiten de lesuren die noodzakelijk zijn om de leerstof te helpen doorgronden.
Pedagogische hulp is geen praktische hulp, begeleiding of assistentie die een persoon met een sensoriële beperking nodig heeft om zijn studies te volgen.
Het VAPH komt bijvoorbeeld niet tussen in de kosten om:
- teksten om te zetten naar braille,
- de begeleider notities te laten nemen tijdens de lessen,
- hulp bij boeken en teksten opzoeken en raadplegen in de bibliotheek
- ...
Als student heb je recht op maximum 30 uur begeleiding per week en maximum 30 weken per jaar.
Je stelt een vrij gekozen begeleider aan voor de pedagogische hulp. Dit kan bijvoorbeeld een medestudent zijn, die via de jobdienst van de hogeschool of de universiteit hiervoor kiest. Enkele instellingen hoger onderwijs nemen mensen in dienst die zullen werken als pedagogisch begeleider.
Er zijn geen diplomavereisten verbonden aan het mogen begeleiden van de student.
Zo gauw je een pedagogische begeleider hebt, ga dan zeker met hem in gesprek over hetgeen wat jij nodig hebt. Probeer zo concreet mogelijk te formuleren wat jouw noden zijn.
Probeer ook zo snel mogelijk contact op te nemen met het aanspreekpunt van de instelling waar je les volgt. Zij kan jou immers vanuit haar ervaring, specifiek binnen de instelling ondersteunen. Een lijst van de aanspreekpunten binnen elke instelling vind je op deze website.
Personele ondersteuning op Erasmus
Wat zijn de mogelijkheden voor personele ondersteuning voor studenten met een functiebeperking tijdens studies in het buitenland?
Antwoord
Wanneer de student een
PAB heeft, moeten de aangegane overeenkomsten wel in Vlaanderen gesitueerd zijn. De Belgische arbeidswetgeving moet dus van toepassing zijn. Dit kan een moeilijk punt vormen wanneer je assistentie zoekt in het buitenland. De moeilijkheid is dat de arbeidswetgeving sterk kan verschillen tussen landen. Wanneer de student gebruik maakt van PAB en dit wenst aan te wenden, mogen we schriftelijk een vraag stellen aan de PAB-cel van het VAPH of rechtstreeks aan hun juridische dienst (t.a.v. Sam Van Bastelaere).
Het VAPH ziet niet onmiddellijk een probleem met het gebruik van
pedagogische begeleiding in het buitenland, bv. in het kader van Erasmus. De student vraagt dat voor zijn concrete situatie best eens na bij het VAPH.
Statistiek studeren met een visuele beperking
Een student met een visuele beperking wil sociologie studeren. De onderwijsinstelling vraagt zich af wat de mogelijkheden zijn om het vak statistiek, een belangrijk deel van de opleiding, het best aan te leren?
AntwoordIn de eerste plaats vinden we het (sociologisch) enorm belangrijk is dat iedereen kan studeren, of iemand nu een beperking heeft of niet, of iemand nu braille kan lezen of niet.
Natuurlijk begrijpen we dat dit een onbekende situatie is voor de opleiding. Het onbekende zorgt vaak voor weerstand. Het is echter vooral een uitdaging en bovendien een kans voor de opleiding (en de instelling) om naar buiten te komen met hun inclusieve aanpak.
Belangrijk is vooral de persoon zelf als ervaringsdeskundige. Door in dialoog te gaan met de student en zijn directe omgeving, kan je al veel informatie krijgen over hoe deze materie voor hem toegankelijk kan worden gemaakt. Hij zal immers toch ook in het secundaire onderwijs wiskunde hebben gekregen.
Er zijn bovendien verschillende voorbeelden die tonen dat statistiek voor blinde of slechtziende studenten toegankelijk kan worden gemaakt. Verschillende artikels geven heel wat inspiratie. Zowel ondersteuning met hulpmiddelen, externe ondersteuning door een persoon als ondersteuning door de docent komen hierbij aan bod. Ook kunnen we lezen dat het toegankelijk maken van dergelijke leerstof heel goedkoop kan. We geven je ook een gelijkaardige situatie van Suzanne mee vanuit Nederland (Handicap+Studie), dat een succesverhaal werd. http://www.primapraktijken.nl/suzanne
Wat betreft specifieke hulpmiddelen en personele ondersteuning (naast medestudenten, begeleiders, docenten) dachten we ook nog aan het volgende:
Er zijn momenteel verschillende schermuitleesprogramma’s (screenreaders) op de markt die zaken naar spraak omzetten, o.a:
- Jaws
- Supernova
- Hal
- Windows-Eyes
- Virgo-Cobra
Op de website van het kenniscentrum hulpmiddelen (www.koc.be) vindt u meer informatie over de verschillende programma’s. Alle bovengenoemde programma’s zijn terugbetaalbaar door het VAPH.
Sommige schermuitleesprogramma’s kunnen misschien wel in conflict zijn met de specifieke software van de statistiekprogramma’s. Een oplossing is het uittesten van de combinatie. We denken hierbij aan lectoren statistiek, dienst informatica van de onderwijsinstelling, samen met de student. De testing van de verschillende programma’s kan op verschillende manieren:
- Op de website vind je vaak een demonstratieversie die je een aantal dagen gratis mag uitproberen.
- Bij leveranciers
- Bij Low Vision Centra
- Bij Blindenzorg Licht & Liefde (blind – d – mobiel). In deze rijdende demonstratieruimte krijg je deskundig advies over de nieuwste technologische hulpmiddelen voor slechtzienden en blinden. (Enkel op reservatie)
Tenslotte hebben o.a. studenten met een visuele beperking ook de mogelijkheid om bij het VAPH een aanvraag te doen voor ‘pedagogische hulp bij hogere studies’. Hieronder vindt u de huidige bedragen die hierop van toepassing zijn.
Geïndexeerd 01.01.2009
Maximum
|
54.191,65
|
| Maximum per jaar |
13.547,91
|
Vereisten van een schrijftolk
Bestaat er een soort leidraad van wat een schrijftolk allemaal moet doen? Op die manier kunnen bij de student aangepaste verwachtingen gecreëerd worden.
Antwoord
Volgens
CAB Vlaanderen (Vlaams Communicatie Assistentie Bureau voor Doven) staan er geen vereisten voor een schrijftolk op papier. De enige vereiste is dat die persoon een bachelor diploma moet hebben. De student en de schrijftolk moeten dus zelf tot een overeenkomst komen. Het enige wat in een omzendbrief vermeld staat is dat de schrijftolk de belangrijke communicatiemomenten moet vastleggen (maar er staat niet bij op welke manier dit moet gebeuren). CAB Vlaanderen raadt ook aan om steeds met eenzelfde schrijftolk te werken opdat hierdoor de relatie langs beide kanten kan groeien.
Omzendbrief i.v.m. doventolken.
BSH Gent (Begeleiding van Studenten met een Handicap) komt met de Gentse studenten tweemaal per jaar samen om met de schrijftolken een aantal mondelinge afspraken te maken en te overlopen wat de taken zijn van de schrijftolken. De schrijftolken zelf krijgen ook een bundel mee waarin vermeld staat wat hun taak is (en wat hun taak niet is) en ook een deontologische code. Officieel staat niks op papier vermeld m.b.t. een overeenkomst tussen studenten en schrijftolk. Indien de student en de schrijftolk dit willen, kunnen ze dit onderling natuurlijk wel regelen.
Vergelijking Sprint Plus en Kurzweil 3000
Wat zijn de voor- en nadelen van de softwarepakketten ‘Sprint Plus’ en ‘Kurzweil 3000’? Deze software is bedoeld voor studenten die moeite hebben met lezen en/of schrijven (bv. studenten met dyslexie)
Antwoord
Zowel Sprint Plus als Kurzweil 3000 heeft zijn voor- en nadelen. Iedere consument en hogeschool moet de mogelijkheden en de noden afwegen. Sprint Plus is iets goedkoper en dus voor studenten meer haalbaar. Kurzweil 3000 is weliswaar duurder, maar hier is wel de scansoftware inbegrepen. Bij Sprint Plus moet deze scansoftware nog aangekocht worden.
Het kan interessant zijn om beide producenten (JABBLA van Sprint Plus (
www.jabbla.com) en SENSOTEC van Kurzweil 3000 (
www.sensotec.be)) eens uit te nodigen voor een gesprek om de mogelijkheden van ieder softwareprogramma zo goed mogelijk zelf te zien. Deze producenten zijn hier meestal toe bereid. Zij geven vaak ook fikse korting/promoties voor hogescholen die meerdere softwarepakketten aankopen.
Een overzicht van de
mogelijkheden van Sprint Plus:- De CD-rom van sprint plus wordt door JABBLA altijd voorzien van twee versies (één licentie, twee versies), zodanig dat de aankoper/student de versie op twee pc’s kan installeren. Een andere mogelijkheid is dat het pakket kan verkregen worden op USB-stick. De aankoper kan dan op gelijk welke computer met het programma werken. Dat kan een voordeel zijn. Het nadeel is dan wel, dat wanneer je de stick zou verliezen, je meteen ook het softwareprogramma kwijt bent.
- Het gebruik van het softwarepakket is op zich niet zo moeilijk, maar het moeilijkste het in scannen van documenten omdat dit veel tijd vraagt.
- Sprint Plus beschikt over een aantal ‘VOORLEESKNOPPEN’. Interessant/handig: alle tools van sprint zijn rechtstreeks te vinden in Word, de werkbalk van Sprint Plus wordt onder de werkbalk van Word weergegeven. De voorleestools kunnen ook ingezet worden op Internet, voor mails, voor een PowerPoint,…
- Wanneer je de tekst selecteert, dan heeft Sprint Plus de mogelijkheid de tekst voor te lezen in de 4 talen die voorhanden zijn (taal op voorhand selecteren). Je moet de tekst dus wel degelijk kunnen selecteren. Als je rechts klikt, kan je de taal selecteren en ook het tempo van het lezen.
- 3 verschillende voorleesmanieren:
- Pictogram ‘Voorgeschreven blad’: leest de tekst volledig voor; Pictogram ‘halfvoorgeschreven blad’: leest de tekst voor vanwaar de cursor staat. Met de pauzeknop kan je pauzes inlassen.
- Pictogrammen ‘lees huidige’, ‘lees vorige’, ‘lees volgende’, gekoppeld aan ‘woorden’, ‘zinnen’, ‘alinea’s’,…
- Pictogram ‘klik en lees’ (woord, zin, alinea,…). Zolang deze knop geactiveerd is, blijft hij actief. Deze knop is handig wanneer je niet wil dat alles voorgelezen wordt, maar soms moeilijkheden hebt bij een bepaald woord of een bepaalde zin.
- Naast hulp bij het lezen, biedt Sprint Plus ook hulp bij het SCHRIJVEN. Er zijn 3 tools om spellingfouten uit de tekst te halen:
- - Auditieve feedback: hiermee wordt de tekst uitgesproken zoals hij geschreven wordt. Hier kunnen al veel fouten uit gefilterd worden, maar uiteraard niet allemaal. Bv. Ales (kan verbeterd worden omdat je het hoort, alles) wat ik schrijf, kan ik hooren (deze fout wordt niet verbeterd, omdat de klank onveranderd blijft).
- Toon de homofonen in de tekst: Deze functie is ontwikkeld voor het Nederlands en het Frans. De verschillende mogelijkheden worden toegelicht aan de hand van een voorbeeldzin en eventueel een afbeelding. Je kan er ook zelf homofonen aan toevoegen. Bv. Ligt/licht, hard/hart.
- ‘Skippy’: Deze tool tracht woorden te raden. Het geeft telkens naar wens een aantal mogelijkheden op. Het is ook mogelijk om veelgebruikte woorden zelf toe te voegen. Je kan ook vragen om veel gebruikte fouten (bv ‘hte’ typen ipv ‘het) te veranderen. Je kan ook afkortingen invoegen en vragen om deze volledig uit te typen.
- In de toolbar staan ook markeerstiften. Deze kunnen gebruikt worden om een tekst samen te vatten. De gemarkeerde delen kunnen ook samengebracht worden. Dit bestand kan dan eventueel op een MP3 bestand gezet worden. (Niet via Word, wel via Sprint Plus). De samenvatting kan dus op die manier beluisterd worden.
- Sprint PDF kan PDF-documenten voorlezen. Kolommen moeten wel op voorhand aangeduid worden ‘als kolommen’ (met de groene tool).
Een overzicht van de
mogelijkheden van Kurzweil 3000: Kurzweil 3000 leest tekst hardop voor als losse woorden, hele zinnen of gewoon tijdens het typen. Kurzweil 3000 bevat RealSpeak-stemmen in 10 talen.
- Begrijpend lezen en vreemde talen
Kurzweil 3000 bevat 27 woordenboeken (o.a. Van Dale) in 6 talen (met automatisch switchen naar de juiste voorleestaal), synoniemenlijsten in 4 talen, toegang tot beeldwoordenboeken, Encarta en online encyclopedieën.
Woordvoorspelling, synoniemenlijsten en gesproken spellingcontrole helpen bij het schrijven. Kurzweil 3000 spreekt uit wat je typt, naar keuze tijdens of na het typen.
Teksten worden in Kurzweil 3000 ofwel digitaal aangeleverd (in Word of pdf bijvoorbeeld) of ingescand. Met de ingebouwde tekstherkenning (OCR) creëer je KES-bestanden. Dit zijn beelddocumenten, die je maakt door rechtstreeks in Kurzweil 3000 te scannen of door de KESI virtuele printer te gebruiken vanuit andere toepassingen (Word, Excel, Internet, PowerPoint, ...).
Met Kurzweil 3000 kun je op je computerscherm werken zoals op een blad papier: laten voorlezen, tekst markeren, invullen, verslepen, kopiëren en plakken met behoud van de oorspronkelijke lay-out. De originele tekst verschuift niet en kan niet gewist worden.
Kurzweil 3000 beschikt over studiehulpmiddelen zoals:markeerstiften, voetnoten, kleef en tekstnotities, bladwijzers, gesproken notities… Deze kunnen helpen om de teksten te structureren en aan te vullen, woordenschatlijsten en samenvattingen te maken.
De functie 'Uittreksel maken' creëert direct tekstschema's, zodat je de tekst kunt structureren.
Met tekstballonnen kan commentaar toegevoegd worden aan de tekst.
Bij het maken van toetsen kunnen de studenten gebruik maken van een selectie van hulpmiddelen.
Leesinstrumenten kunnen gebruikt worden in context van de originele tekst.
Tekst toevoegen ('vul in'-functie) kan met behulp van de schrijfinstrumenten.
De docent heeft controle over het al dan niet gebruiken van extra hulpmiddelen, zoals woordenboek, synoniemen, enz. via het tabblad 'Beveiligde opties'.
Het ingevulde formulier wordt geprint, het origineel blijft intact en kan beveiligd worden, waardoor het niet gekopieerd en/of afgedrukt kan worden.
De docent kan de toegang tot hulpmiddelen blokkeren met een wachtwoord. Geblokkeerde functies kunnen samen met het document bewaard worden. Het ingebouwde logboek registreert alle acties van de gebruiker. Kurzweil 3000 kan veilig gebruikt worden om examens af te leggen.
Kurzweil 3000 kan internetpagina's hardop voorlezen en maakt daarbij gebruik van de highlight-functie. Ook de woordenboeken en spellingsfunctie kunnen worden benut bij het surfen.
Kurzweil 3000 ondersteunt zowel Internet Explorer als Mozilla Firefox als internetbrowser. Je hebt de mogelijkheid om de ALT-tekst (alternatieve tekst die afbeeldingen en grafieken beschrijft) te laten voorlezen.
Samen met Kurzweil 3000 installeer je automatisch 4 sprekende rekenmachines: een standaard rekenmachine, een wetenschappelijke rekenmachine, een statistische rekenmachine en een zakelijke rekenmachine.
- Toegankelijkheid van bestanden
Kurzweil 3000 kan vrijwel elk type document of artikel lezen, of het nu geprint is of elektronisch wordt aangeleverd. Kurzweil 3000 kan 150 bestandsformaten openen (o.a. PDF, MS Word, MS Excel…). Kurzweil 3000 leest ook rechtstreeks op internet (2 browsers: Internet Explorer en Mozilla Firefox). De student of docent kan Kurzweil 3000 aan zijn wensen aanpassen en zijn eigen interface samenstellen, wat het gebruik vergemakkelijkt.
Met Kurzweil 3000 kun je geluidsbestanden (MP3- en WAV-bestanden) creëren van volledige documenten, van geselecteerde pagina's of tekst en de bestanden onderweg beluisteren met een draagbare speler.
- Kurzweil 3000 taakbalk in Windows-programma’s
De Kurzweil 3000-taakbalk biedt met één klik op een knop toegang tot een deelverzameling van de Kurzweil 3000-functies: Lezen, Opzoeken en Spellingcontrole.
Je kunt de balk gebruiken voor een enkel woord of voor een langere tekst uit een toepassing, bv. MS Word, een e-mail en de webbrowser. In het programma waarin je aan het werken bent, selecteer je de tekst die je wilt bekijken met Kurzweil 3000. Daarna sleep, plak of tik je de tekst in het tekstvak van de Kurzweil 3000-taakbalk.
De Kurzweil-taakbalk leest automatisch de tekst voor. Je kunt ook een woord opzoeken in een verklarend woordenboek (Van Dale) en deze verklaring laten voorlezen en hoorbare spellingcontrole uitvoeren op de tekst.
http://www.sensotec.be/products/detail.aspx?ID=147
Wetgeving studeren met een beperking in Vlaanderen
Welke wetgeving garandeert dat studenten met een functiebeperking kunnen studeren en waar hebben ze dan recht op?
Antwoord
Het Flexibiliseringsdecreet = Decreet van 30 april 2004 betreffende de flexibilisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen en houdende dringende hogeronderwijsmaatregelenhttp://www.ond.vlaanderen.be/edulex/database/document/document.asp?docid=13528 Het Flexibiliseringsdecreet wil de studiemogelijkheden van elke student vergroten en meer mogelijkheden tot differentiëring en levenslang leren bieden. Bv. mogelijkheid tot individuele, aangepaste, flexibele studietrajecten die inspelen op de behoeftes, achtergrond en interesses van een student.
Deze basisfilosofie biedt in principe een perfect kader om studenten met functiebeperkingen maximaal kansen te bieden in het hoger onderwijs.
Flexibilisering heeft betrekking op verschillende aspecten:
- toegang tot het hoger onderwijs
- organisatie van het onderwijs
- curriculum
- leeromgeving
Het participatiedecreet = Decreet van 19 maart 2004 betreffende de rechtspositieregeling van de student, de medezeggenschap in het hoger onderwijs, de integratie van bepaalde afdelingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie in de hogescholen en de begeleiding van de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderenhttp://www.ond.vlaanderen.be/edulex/database/document/document.asp?docid=13487Een van de algemene beginselen van dit decreet is het gelijkheidsbeginsel.
In dit decreet staat dat elke instelling verplichting is om inspanningen te doen voor studenten met een beperking. Die inspanningen worden echter niet nader beschreven. De student heeft recht op een minimale aanpassing aan zijn of haar noden.
In de praktijk voorzien de meeste onderwijs – en examenregelingen in faciliteiten voor studenten met functiebeperkingen
Doordat deze verplichting echter geen concrete inhoud heeft blijft de student sterk afhankelijk van de maatregelen die al dan niet door een bepaalde onderwijsinstelling worden genomen
Het financieringsdecreet = Decreet van 14 maart 2008 betreffende de financiering van de werking van de hogescholen en de universiteiten in Vlaanderenhttp://www.ond.vlaanderen.be/edulex/database/document/document.asp?docid=13988Hoger onderwijs instellingen krijgen meer financieringspunten voor studenten met een beperking.
Dit geld echter enkel voor studenten die ingeschreven zijn bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. Studenten met dyslexie bv. vallen hier niet onder.
Decreet 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleidhttp://www.gelijkekansen.be/bijlagen/VR%202008%201007%20DEC.0052%20Decreet%20gelijkekansenbeleid.pdfArtikel 14 zegt dat het weigeren van redelijke aanpassingen voor studenten met een handicap wordt beschouwd als een vorm van discriminatie.
Een aanpassing is redelijk als ze geen onevenredige belasting voor de instelling meebrengt.
Dit betekent dat studenten met een functiebeperking aanpassingen kunnen afdwingen, voor zover deze ze redelijk zijn.
VN-verdrag voor gelijke rechten van personen met een handicapArtikel 24: Recht op redelijke aanpassingen zodat persoon zonder discriminatie en op basis van gelijke kansen toegang krijgt tot een inclusief onderwijs.
Zoektocht naar schrijftolken
Het zoeken naar schrijftolken voor de hogeschool of universiteit is niet evident wegens een tekort aan schrijftolken. Als er toch een schrijftolk gevonden wordt, blijkt de wisselwerking student – schrijfassistent – onderwijsinstelling niet altijd van een leien dakje te lopen. Het is moeilijk om aan de verwachtingen van alle partijen te voldoen.
- Bestaat er een databank met betrouwbare schrijftolken?
- Hoe gaan andere hogescholen hiermee om?
Antwoord
1. Bestaat er een databank met betrouwbare schrijftolken?
De
Cel Speciale Onderwijsleermiddelen (Cel SOL) van het departement onderwijs heeft een lijst van mensen die (ooit) schrijftolk (geweest) zijn, maar dat is geen databank waaruit zomaar geput kan worden. Het gaat dus niet om een overzicht van kwaliteitsvolle schrijftolken, het is een overzicht van iedereen die schrijftolk is/was.
Volgens de Cel SOL zijn in 80% van de gevallen de schrijftolken mensen die al op de school werken (zeker in het middelbaar onderwijs). In het middelbaar onderwijs werkt dit goed. Daar gaat de directeur rondvragen op school wie schrijftolk wil zijn. Misschien kan de hogeschool dit ook zo doen en op die manier betrouwbare schrijftolken verzamelen? In andere gevallen is de schrijftolk bv. iemand die de ouders kennen wat meteen ook een ‘band’ schept.
Tips die de Cel SOL meegaf:
- Meer dan 1 schrijftolk per student zoeken.
- De sociale dienst van de hoge school kan binnen de hoge school polsen wie schrijftolk wil zijn en zo een lijstje aanleggen met betrouwbare schrijftolken. Dit kunnen mensen zijn die les geven, maar evengoed administratief personeel. Enige voorwaarde is dat de schrijftolk een bachelor diploma heeft.
- Misschien kan ‘schrijftolken’ structureel een vast onderdeel worden van de job van elke administratieve kracht (of ander personeel)?
2. Hoe gaan andere instellingen hier mee om?
In één instelling hoger onderwijs volgt de trajectbegeleider maandelijks de maandstaten van de schrijftolken op. Zij ondertekent elke maand de staten en stuurt die door. De student is bij hen zelf verantwoordelijk voor het op zoek gaan naar een schrijftolk. De opleiding plaatst wel vacatures op de website van de VDAB, maar de student zelf gaat na of de tolk geschikt is. Voor elke mogelijke schrijftolk vraagt de trajectbegeleidster de goedkeuring aan.
Een andere instelling verwijst naar een onderzoek rond tolkondersteuning dat een jaar geleden door het departement onderwijs gevoerd werd.
De resultaten hiervan zijn te vinden op de
website van het departement onderwijs.
Meer info:
Voor meer informatie over schrijftolken verwijzen we graag naar de
‘Wegwijzer Schrijfassistentie’ op deze website.
Ook interessant is de
omzendbrief NO/2009/02 m.b.t. de ondersteuning van studenten met een auditieve beperking.
Terug naar overzicht ad hoc vragen
Print pagina
Terug naar vorige pagina