Ondersteuning vanuit onderwijsinstelling

Aanpassing gebouw vs. monumentenzorg


Een hogeschool wil een leuning installeren langs de trap die naar de hoofdingang van het schoolgebouw leidt. Hiermee wil ze tegemoet komen aan de vraag van een student met een functiebeperking. De hogeschool vreest echter dat ze hierdoor in aanvaring zal komen met monumentenzorg. Wat zegt de wet hierover?

Antwoord

Recent werd het Vlaams Decreet goedgekeurd dat van kracht wordt op 1 maart 2010: de Stedenbouwkundige Verordening betreffende Toegankelijkheid.
   
Daarin worden de criteria opgenomen waaraan een nieuwbouw- of renovatieproject moet voldoen wat betreft toegankelijkheid.  Wat monumenten betreft bepaalt het Decreet dat er een afweging moet gemaakt worden tussen de erfgoedwaarde en de toegankelijkheid.  Deze afweging moet wel gemotiveerd worden maar het blijft natuurlijk arbitrair.

Artikel 35:

Bij vergunningsplichtige werken, die vallen onder de toepassing van artikel 2, §2, 3°; maakt de entiteit, die door de Vlaamse Regering belast is met taken van beleidsuitvoering inzake onroerend erfgoed, in haar advies een afweging tussen de vereisten inzake toegankelijkheid enerzijds en de te behouden erfgoedwaarden anderzijds.

Meer informatie over het Vlaams Decreet is te vinden op www.toegankelijkgebouw.be.

Artikel 35 wordt toegelicht op volgende webpagina.

Weliswaar is dit decreet nog niet van kracht, en is het ook niet van toepassing op de voorliggende situatie die om een kleine ingreep gaat, maar het geeft wel de denktrant aan.  Niet alleen de erfgoedwaarde speelt, maar toegankelijkheid staat op gelijke voet.  Dat kan dus zeker uitgespeeld worden in de vraag aan monumentenzorg.

Er kan ook verwezen worden naar het concept van redelijke aanpassingen in de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie, die het niet voorzien van redelijke aanpassingen (bijvoorbeeld het aanbrengen van een armleuning) ziet als een vorm van discriminatie.  En naar het recent door België geratificeerde Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap.







Buddy's


Een instelling hoger onderwijs zou graag starten met een systeem van buddy-schap voor studenten met een functiebeperking. Het zou vooral gaan om buddy’s voor de ondersteuning rond alles van huisvesting (samen op kot, samen boodschappen doen, van en naar school komen...).

Heeft het SIHO tips en/of advies?

Antwoord

Er zijn al een aantal goede voorbeelden te vinden vanuit Vlaamse instellingen en uit het buitenland. We zetten ze even op een rijtje.

Bij Begeleiding Studenten met een Handicap vzw (BSH vzw, verbonden aan UGent) werkt men sinds een aantal jaar met omkaderingsgroepen. Dit is wat BSH hierover schrijft op haar website:

‘BSH werkt sinds een aantal jaar met omkaderingsgroepen in de homes waar studenten met een functiebeperking gehuisvest zijn. Een omkaderingsgroep bestaat uit studenten die in dezelfde home of op dezelfde verdieping wonen als de student die assistentie nodig heeft. Via een beurtrolsysteem wordt de dienstverlening rond het wonen op een studentenhome verzekerd, behalve tijdens de weekends, verlofdagen, vakantie-periodes. Concreet kan dit inhouden: boodschappen doen, hulp bij eten, jas aandoen … Het neemt niet veel tijd in beslag! Een financiële vergoeding hangt daar niet aan vast, maar de voldoening dat je er mensen echt mee helpt is heel groot.’

BSH maakt gebruik van een brochure, om studenten aan te sporen om ‘omkaderingsstudent’ te worden. De brochure wil het voor studenten aantrekkelijk maken om omkaderingsstudent te worden. Het is tegelijk een eerlijke voorstelling van wat van hen verwacht wordt en wat niet.

Aan de K.U.Leuven werkt met met een systeem die zij ‘Omkaderd Wonen’ noemen. Zo verwoorden zij het zelf op hun website:

‘Omkaderd Wonen is een initiatief van Studentenvoorzieningen K.U.Leuven. Omkaderd Wonen biedt studenten met en zonder functiebeperking de mogelijkheid om samen te wonen, te leven en te leren in Leuven. Studenten met een functiebeperking komen vaak allerlei drempels tegen in hun zoektocht naar een zelfstandig kotleven. De K.U.Leuven wil die drempels helpen wegnemen. Het aanbieden van aangepaste huisvesting in omkaderingsgroepen in gesubidieerde residenties van de K.U.Leuven, is daarvan een voorbeeld. Omkaderingsgroepen bestaan uit 10 tot 15 studenten uit diverse studierichtingen die basisstudies doen aan de K.U.Leuven. Ze wonen in een gesubsidieerde residentie van de K.U.Leuven.
In iedere omkaderingsgroep wonen ook één of meerdere studenten met een functiebeperking (fysiek, visueel, auditief, chronisch ziek).  In eerste instantie wonen deze studenten met en zonder functiebeperking gewoon samen op kot, zoals alle andere kotstudenten.
Daarnaast engageren de studenten zonder functiebeperking zich om een stuk vrije tijd te investeren in de assistentie van een medestudent met een functiebeperking.
In een omkaderingsgroep verzekeren de studenten in een soepele beurtrol een 24-uur permanentie voor de medestudent(en) met een functiebeperking: elke student engageert zicht om gemiddeld 4 uur per week aanwezig te zijn op kot, alsook gemiddeld één nacht om de twee weken. Tijdens deze aanwezigheid kan de medestudent met een functiebeperking beroep op hem/haar doen voor assistentie bij dagdagelijkse activiteiten als verzorging, boodschappen, studiemateriaal aanreiken, koken, eten, …
Samen omkaderd wonen, zorgt voor heel wat intense contacten en speciale momenten.
Kortom: wie instapt in omkadering gaat een unieke ervaring tegemoet!

In Canada in het Centre for Students with Disabilities van Niagara College worden studenten ingeschakeld vooral voor peer tutoring. Voor praktische ondersteuning moeten de studenten er contact opnemen met een andere dienstverlening uit de regio.









GON-begeleiding


Kan een student zelf zijn GON begeleider kiezen? Hoe moet dat dan? Sommige studenten weigeren deze hulp omdat de aangeduide GON begeleider niet voldoet.

Antwoord

Het Vlaams Ministerie Onderwijs en Vorming bevestigt dat studenten hoger onderwijs die GON-begeleiding krijgen niet zelf een GON-begeleider kunnen kiezen. De GON-begeleiding wordt georganiseerd vanuit een school Buitengewoon Onderwijs, en wie GON-begeleiding verzorgt, behoort dus tot hun personeelsbeleid. Vele scholen hebben verschillende GON-begeleiders, maar vaak spelen praktische elementen een rol bij de matching.

Bij het Ministerie is men momenteel aan het bekijken of GON-begeleiding voor het Hoger Onderwijs eventueel anders kan worden georganiseerd. Het valt immers op dat GON vaak in het basis en secundair onderwijs wordt gevraagd, maar niet in het hoger onderwijs.

Wanneer studenten knelpunten ervaren met GON in het hoger onderwijs, is het ministerie zeker geïnteresseerd om deze te horen. Je kan hen deze knelpunten of voorstellen doorgeven, via mail of telefoon. Zij zijn immers ook op zoek naar betere systemen om leerlingen en studenten met een functiebeperking te ondersteunen. Het zou dus goed zijn om hen dit te laten weten.

Contactgegevens:
Els Exter
T: 02/553.89.41
E: els.exter@ond.vlaanderen.be

Momenteel loopt er binnen Hogeschool Gent een kleinschalig onderzoek waar GON in het hoger onderwijs geëvalueerd wordt. De onderzoekers zijn Eveline Dewindt en Tina Goethals (E: Eveline.Dewindt@hogent.be en Tina.Goethals@hogent.be). Misschien is het voor hen ook interessant om te horen wat mogelijke moeilijkheden zijn.





Leerateliers voor studenten met dyslexie


Is het nuttig om specifieke leerateliers te verzorgen voor studenten met dyslexie of kunnen zij mee stappen in de ‘algemene’ leerateliers?

Antwoord

Het is niet nodig om specifieke leerateliers op te starten voor studenten met dyslexie. Behalve wanneer het gaat om ateliers rond voorleessoftware (Sprint Plus, Kurzweil 3000…). Hoe wordt deze software gebruikt? Voor welke doelen?

Volgende leerateliers zijn nuttig voor studenten met dyslexie, maar ook voor andere studenten:
  • Mind-mapping
  • Technieken om snel te leren lezen (eerst inhoudstafel bekijken, dan de verschillende hoofdstukken, dan de onderverdelingen…)
  • Memotechnische truckjes om iets van buiten te leren: bv. ezelsbruggetjes, je bedenkt een route die je kent en daar plak je de zaken op die je moet onthouden…
  • Hoe kan de computer je helpen studeren? Overhoorsoftware, fora, mind-mapping...
  • Time management: korte- en langetermijnplanning
  • ...





Leesbaar lettertype


De huisstijl van een onderwijsinstelling is in het lettertype Verdana. Op internet is terug te vinden dat dit een goed leesbaar lettertype is voor de grootste groep mensen.  De leesbaarheid van een lettertype hangt af van persoon tot persoon. Iedereen heeft zijn eigen voorkeur.
Welk advies heeft het SIHO?

Antwoord

Verdana is zeker goed omdat het niet-geschreefd is. Het is inderdaad goed voor mensen met dyslexie en naar zichtbaarheid toe scoort het ook goed.
Een ‘gewone’ lezer ziet het woordbeeld soms sneller wanneer het wel een geschreefd lettertype is. Maar er zijn ook veel gewone lezers die het toegankelijker vinden wanneer het niet-geschreefd is.

Jullie mogen een lettertype kiezen dat jullie mooi vinden, want er zijn veel niet-geschreefde lettertypes.

Er is ook een mooi (niet-gratis) lettertype ‘dyslexie regular’. Meer info op www.studiostudio.nl, doorklikken naar project dyslexie.








Omschrijving DSD of ontwikkelingsdyspraxie


Heeft het SIHO een goede omschrijving van DCD die de student in zijn 'waarde' laat. Op internet is veel info te vinden, maar deze is nogal zwaar geschreven.

Antwoord

Het klopt inderdaad dat sommige informatie op het internet nogal uitgaat van ‘stoornissen’ en weinig of geen klemtoon legt op ondersteuning.  Op de website www.dyspraxis.be vind je heel wat uitleg maar ook filmpjes waarbij studenten met DCD zelf aan het woord zijn.

Ook het boek 'Mijn kind heeft DCD. Gids voor ouders, leerkrachten en hulpverleners' door Griet Dewitte, Paul Calmeyn kunnen wij aanraden.  





Online documentatie over studeren met ADHD


Een aanspreekpunt is op zoek naar online informatie over studeren met ADHD.

Antwoord

Hieronder een aantal websites met interessante informatie over studeren met ADHD:







Toegankelijkheid gebouwen hoger onderwijs


Naar aanleiding van de parlementaire vraag van Kathleen Deckx betreffende de toegankelijkheid van schoolgebouwen en het lezen van "De schoolgbouwenmonitor 2008" van het AGIOn zou ik willen vragen of jullie binnen het SIHO een zicht op hebben hoe dit hoe de toegankelijkheid voor personen met een handicap in  de hogescholen is gesteld; Als ik  "De schoolgebouwenmonitor immers goed gelezen heb, heeft het AGion de hogescholen niet bevraagd (en kan dit dus wel anders zijn dan in de andere onderwijsniveaus). Dit ondanks het feit dat het AGIOn een beeld van het geheel wil geven.

Antwoord

In 2009 verscheen het rapport van de informatieronde van het SIHO (SIHO (2009). Informatieronde. Diepgaande bevraging bij Vlaamse hogescholen en universiteiten).  Hierin werden 12 instellingen hoger onderwijs bevraagd over uiteenlopende zaken. Het ging om een vrijwillige bevraging. Eén van de aspecten van die bevraging was ook de fysieke toegankelijkheid van de gebouwen (maar zeker niet in de vorm van een grote check-up).
 
Verder proberen we de verschillende instellingen hoger onderwijs aan te moedigen om hier verder aandacht voor te hebben. Dit gebeurt op vraag (bv. via ad hoc vragen rond subsidies, normen toegankelijkheid...). Daarnaast gaan we de onderwijsinstellingen ook informeren zonder de aanleiding van een concrete vraag (bv. ontmoetingsdag met de aanspreekpunten voor studenten rond toegankelijkheid, themanieuwsbrief rond toegankelijke gebouwen (december 2009), goed internationaal voorbeeld in een nieuwsbrief rond toegankelijkheidsverbetering binnen een instelling hoger onderwijs (november 2009)...).
 
In het onderzoek met de schoolgebouwenmonitor van Agion heeft men inderdaad zich beperkt tot het leerplichtonderwijs. De toegankelijkheid van universiteiten en hogescholen werd dus niet gescreend. Agion geeft als reden hiervoor aan de enveloppefinanciering van de hogescholen. Zij krijgen periodiek een bedrag. De hogeschool heeft zelf de verantwoordelijkheid voor de infrastructuurprojecten te bekostigen. Er wordt, zo zegt Agion zelf, weinig beleid hier rond gevoerd.
 
Voor meer informatie gaven ze me door dat u contact kan opnemen met Anne De Meulemeester 02/221 05 92
 
Voorts is het mogelijk dat hogescholen of universiteiten hun gebouwen laten screenen door provinciale adviesbureaus. Op de ontmoetingsdag voor de aanspreekpunten is hier iemand komen over spreken. We hebben er echter in het SIHO geen zicht op of er al een screening van (een deel van) de gebouwen gebeurd is door onderwijsinstellingen.





VGT-tolk


Een student met een auditieve beperking wil komen studeren aan een hogeschool.
Het aanspreekpunt van de hogeschool had al een gesprek met de student bij Fevlado met een maatschappelijk werkster van Fevlado (als tolk) er bij.
Nu wil de student een gesprek met een studietrajectbegeleider. In de mail naar de trajectbegeleider vroeg de student of de trajectbegeleider voor een tolk kan zorgen.
Moet de hogeschool een tolk voorzien?

Antwoord

Het verzien van een tolk voor een eerste gesprek met een trajectbegeleider is een redelijke aanpassing die de hogeschool kan voorzien. Het is inclusief en verwelkomend naar de student.






Voorbereiding op Erasmus


Voorbereiding van een student met een functiebeperking die op Erasmus gaat.

Antwoord

Overzicht van een aantal initiatieven die hiertoe kunnen bijdragen:

Een nieuwe versie van de Higher Education Accessibility Guide is in de maak. HEAG streeft ernaar een coherente informatiegids rond toegankelijkheid van het hoger onderwijs aan te bieden aan studenten met functiebeperkingen die overwegen te studeren of effectief reeds studeren in het hoger onderwijs eender waar in Europa. De informatie die via HEAG verspreid wordt, zal studenten met functiebeperkingen helpen wanneer zij in het buitenland willen studeren, om te beslissen welke Europese instellingen voor hoger onderwijs hen de ondersteuning kan geven die nodig is om tegemoet te komen aan hun specifieke noden. De website (die reeds in een eerder project ontwikkeld werd en waar info van de 15 landen op terug te vinden is), vind je via www.heagnet.org.

Project ‘Study abroad without limits’. Op de website (www.studyabroadwithoutlimits.eu) kunnen studenten met een functiebeperking in contact komen met studenten met een beperking uit andere landen (Zweden, Ierland, Oostenrijk, Nederland), evenals een coördinerende organisatie. De student kan op de website informatie vinden, evenals concrete vragen stellen.

Het Nederlandse Handicap + Studie heeft een brochure rond studeren met een functiebeperking in het buitenland. Sommige zaken zijn in Vlaanderen misschien minder van toepassing, maar er staan ook heel veel nuttige tips en ervaringen in, die ook studenten hier kunnen helpen. Je vindt de pdf terug op volgende link: http://www.onderwijsenhandicap.nl/upload/sitecontent/studerenbuitenland.pdf.

Good practices: Blindenzorg Licht en Liefde lanceerde een oproep op het internetforum Bliksem voor blinden en slechtzienden naar ervaringen van mensen met een visuele beperking die reeds op Erasmus gingen. Het SIHO tot nu toe al drie heel leuke reacties. De student kan via SIHO met hen contact kan opnemen als hij dat wil.




Vorming voor studentenbegeleiders


Een instelling hoger onderwijs wil vorming organiseren voor haar studentenbegeleiders.
  1. Heeft het SIHO leuke ervaringsoefeningen/materialen om functiebeperkingen (ADHD, dyslexie, autisme) te laten ervaren door studentenbegeleiders?
  2. Hoe vergaat het studenten met dyslexie als ze afgestudeerd zijn? Wat gebeurt er in het bedrijfsleven? Bestaan daar ook faciliteiten? Heeft het SIHO hier meer informatie/onderzoeksgegevens over?
  3. Heeft het SIHO zicht op informatie/materialen/literatuur waarin leeradviezen staan voor studenten met een functiebeperking?

Antwoord

1. Heeft het SIHO leuke ervaringsoefeningen/materialen om functiebeperkingen (ADHD, dyslexie, autisme) te laten ervaren door studentenbegeleiders?

Het SIHO heeft zelf geen materialen. Maar er zijn wel een aantal andere organisatie die dat wel hebben. Hieronder een overzichtje van een aantal leuke materialen. Als je de verschillende organisaties contacteert kunnen zij je misschien nog verder helpen.

Autisme Centraal

‘autimatisch (video – dvd) – een visuele uitleg over autisme’: Video over normale begaafdheid en autisme of 61233 beelden over autisme. Een groepje volwassenen met autisme vertelt over hun diagnoseweg en hun leven met autisme. De film illustreert de specifieke moeilijkheden waarmee ze te maken krijgen. Ze stoten op veel onbegrip en ongeloof bij het uitleggen van hun handicap: “Ons autisme is niet altijd even zichtbaar en zeker niet op de klassieke manier.” Bij de video/dvd steekt ook een kleine brochure met uitleg over autisme en normale begaafdheid.

‘Mijn bloknootje 1-2-3-4-5-6-7’: Een bloknoot met verrassende cartoons van ‘wij’. Onverwacht tussen de schrijfblaadjes duiken een 25-tal humoristische tekeningen op. De cartoons verwijzen naar de autistische denkstijl: woorden worden letterlijk begrepen, zaken en situaties hyperconcreet geïnterpreteerd, abstracte betekenissen worden op een erg concrete en hyperrealistische manier vorm gegeven. Ze confronteren ons op speelse wijze met het feit dat de gewone manier van begrijpen en waarnemen niet de enige is.

Autisme Centraal biedt ook opleiding op maat aan.

Tel.: +32 (0)9 238 18 18
Fax: +32 (0)9 229 37 03
E-mail: info@autismecentraal.com

Vlaamse Vereniging Autisme (VVA)

VVA organiseert in verschillende provincies ‘inleefmomenten’: Mensen zonder autisme kunnen lezen en leren over autisme, maar hoe het voelt om autisme te hebben is nog een andere zaak. Tijdens deze bijeenkomst maken ze gebruik van enkele inleefmethodieken om zo dicht als mogelijk bij het 'autistisch voelen' te komen.

Bel de autismetelefoon 078/152.252, fax op 09/218.83.83 of mail naar vva@autismevlaanderen.be voor meer informatie.

Zitstil

Naast tal van activiteiten in verschillende provincies, kan je hier ook terecht voor activiteiten op maat rond ADHD.

Centrum ZitStil
Boomsesteenweg 508
2020 Antwerpen-Kiel
T 03 830 30 25
F 03 825 20 72
info@zitstil.be

Letop

Letop organiseert geen lezingen of workshops, maar bij hen kan je terecht met vragen over leerstoornissen.

Misschien is het ook interessant om (oud)studenten aan het woord te laten en hun ervaringen te laten delen?

Hierbij aansluitend kunnen we meegeven dat er vanuit eigen onderzoek (Studeren met een functiebeperking in het Vlaamse hoger onderwijs. Exploratieve studie naar de beleving van (oud)studenten in drie Vlaamse instellingen voor hoger onderwijs, SIHO, 2009) ook studenten aan het woord zijn gekomen. In het begin van het rapport komen enkele ‘portretten’ aan bod. Het verhaal van Koen en Laurent, die beide dyslexie hebben, is wel interessant om lezen.


2. Hoe vergaat het studenten met dyslexie als ze afgestudeerd zijn? Wat gebeurt er in het bedrijfsleven? Bestaan daar ook faciliteiten? Heeft het SIHO hier meer informatie/onderzoeksgegevens over?

In het kader van het aanmoedigingsfonds is de Hogeschool Gent wel bezig met het project ‘Af/studeren met een functiebeperking’. Zij voeren kwalitatief onderzoek uit aan de hand van interviews, onder andere ook met oud-studenten in het werkveld. Begin december 2010 geven zij hierover een tweedaags congres waarin de resultaten zullen gepresenteerd worden.
Het kan interessant zijn om zelf één of meerdere oud-studenten op te zoeken en te polsen of zij bereid zijn om hun ervaringen te komen vertellen.

Vanuit het SIHO zijn we bezig aan een wegwijzer rond werken met een functiebeperking. Hierin zullen tal van tips en informatie opgelijst staan. Deze zomer zal de wegwijzer beschikbaar zijn.
Eenmaal oud-studenten aan het werk zijn, kunnen ze een beroep doen op BTOM (bijzondere tewerkstellingsondersteunende maatregelen). Deze zijn gelijklopend met onderwijs–en examenfaciliteiten in het hoger onderwijs. Dit is een belangrijk argument naar professoren, docenten en lectoren toe om het nut aan te tonen van die faciliteiten.
Zowel tijdens de sollicitatie als tijdens het werk zelf hebben mensen met een functiebeperking recht op redelijke aanpassingen. Dit zijn aanpassingen die in een concrete situatie gedaan worden om de onaangepaste omgeving voor een persoon met een beperking zoveel mogelijk te neutraliseren; tenzij ze een onevenredige belasting vormen voor de persoon die deze maatregelen moet treffen. Het ontbreken van die redelijke aanpassingen voor personen met een beperking, is discriminatie (Wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie, artikel 4).

Meer informatie:
•    Concrete voorbeelden redelijke aanpassingen bij sollicitaties en bij tewerkstelling
•    de website van de VDAB

Naast de maatregelen voor werknemers zijn er ook maatregelen voor werkgevers die een extra duwtje in de rug kunnen betekenen om iemand met een extra behoefte aan ondersteuning aan te nemen. Bovendien zien we ook dat heel wat werkgevers ook open staan voor diversiteit binnen hun team en dit ook als meerwaarde ervaren.


3. Heeft het SIHO zicht op informatie/materialen/literatuur waarin leeradviezen staan voor studenten met een functiebeperking?

We verwijzen je graag naar de studietips op de website van het Nederlandse Handicap + Studie.
Op basis van selectie van een beperking enerzijds en een studieactiviteit anderzijds krijg je telkens een lijst met studietips.

Op de website van het SIHO staan een aantal toegankelijke onderwijstechnieken (onderwijswerkvormen, cursusmateriaal en evaluatievormen) die docenten kunnen aanwenden om tegemoet te komen aan een grote diversiteit aan studenten.

De BV-databank brengt beschrijvingen samen van bestaande studentgecentreerde en activerende leeromgevingen uit het Vlaamse hoger onderwijs. Daarnaast kan je in de databank terecht voor 'onderwijskundige steekkaarten'.

Interessant rond dyslexie is het boek ‘Protocol dyslexie hoger onderwijs’ (Kleijnen & Loerts (Red.), 2006). Op deze link kan je de inhoudstafel van het boek raadplegen, evenals bepaalde onderdelen. 



Na deze specifieke informatie willen we er graag op wijzen dat het belangrijk is om in dialoog te gaan met elke student, ongeacht zijn beperking. Elke student is immers anders en weet best wat hij zelf nodig heeft of wat voor hem werkt. Algemeenheden over dé student met autisme, dé student met dyslexie of dé student met ADHD moet zeker vermeden worden.









Vraag van een BUSO-leerkracht


Sommige van mijn leerlingen (type 1) komen met de vraag om na het BUSO verder te studeren.  Wij proberen hen hierbij te helpen, verwijzen hen steeds naar het CLB, nemen contact op met de scholen waar zij verder willen studeren.  Toch merken we dat ze eens aan de studies beginnen wat in de kou komen te staan en men er nog weinig rekening mee houdt dat ze vanuit een BUSO school vertrekken.  Alle tips om die overgang voor hen makkelijker te maken zijn dan ook welkom.

Ik ben er zeker van dat onze leerlingen heel wat aankunnen, en vaak zeer geschikt zijn voor bepaalde beroepen, maar het feit dat veel opleidingen nog zeer theoretisch zijn ontneemt hen soms de kansen die ze verdienen.
Mochten jullie ons kunnen helpen, graag.

Antwoord

Wat kunnen jullie doen om de overgang vlot te laten verlopen?


Ga samen met de student op zoek naar
  • Zijn sterke kanten
  • Zijn beperkingen
  • Zijn studiehouding
  • Zijn interesses

Stimuleer de student om de inhoud van de verschillende opleidingen te bekijken (via website, infodagen,..)

Geef hem correcte informatie (aanspreekpunt, redelijke aanpassingen, ...) (zie verder)

Samen gids ‘Verder studeren. Het kan’ bekijken. Dit is een brochure van het Steunpunt Inclusief Hoger Onderwijs. Deze brochure geeft informatie die leerlingen kunnen helpen bij hun zoektocht naar een studierichting en hogeschool of universiteit. De brochure informeert hen dat binnen het hoger onderwijs ondersteuning mogelijk is en wijst hen de weg naar de juiste personen. Het informeert hen ook hoe ze het gesprek kunnen voeren met de onderwijsinstelling over wat ze nodig hebben om goed te kunnen studeren.

Hoe zit de situatie momenteel in elkaar?

Op 2 juli 2009 bekrachtigde België (en haar deelstaten) het VN-verdrag voor gelijke rechten voor personen met een handicap waarin o.a. staat het inrichten van een inclusief onderwijssysteem op alle niveaus (dus ook het hogere onderwijs). België is nu verplicht om maatregelen te nemen om het verdrag uit te voeren. Dit kan o.a. door de wetgeving aan te passen waar nodig. Er zijn dus heel wat zaken bezig.

Hoe zien de mogelijkheden er momenteel uit?

A. Bacheloropleidingen (hogeschool – universiteit)

Flexibele toelatingsvoorwaarden

Als je je inschrijft op een hogeschool of universiteit, kan je kiezen tussen contracten:
  • Creditcontract (volgen van afzonderlijke vakken)
  • Examencontract (enkel afleggen van examens van de gekozen vakken)
  • diplomacontract (met het doel van op het einde een diploma te behalen)

Je mag inschrijven voor een bachelorsopleiding (inschrijvingsvoorwaarden) als je bv.:
  • een diploma van het secundair onderwijs hebt;
  • een diploma of certificaat hebt, uitgereikt in het kader van het hoger beroepsonderwijs;
  • een studiebewijs hebt dat gelijkwaardig is.

Voor bepaalde opleidingen te starten, moet je wel een toelatingsproef doen, bv. 1e bachelor geneeskunde.

Als je geen van bovenstaande documenten hebt, kan je je misschien toch nog inschrijven. De hogeschool of universiteit bepaalt zelf de voorwaarden. Zij houden rekening met:
  • humanitaire redenen;
  • medische, psychische of sociale redenen;
  • het algemeen niveau van de kandidaat. De hogeschool of universiteit kan dit toetsen.

Als je enkel bepaalde vakken wil volgen (credit- of examencontract), en je hebt geen van bovenstaande documenten, kan je je misschien toch nog inschrijven. De onderwijsinstelling onderzoekt of je bekwaam bent om de gekozen vakken goed te kunnen volgen.

Flexibel studeren

In het Hoger Onderwijs (hogeschool – universiteit) kan je ook individuele, aangepaste, flexibele trajecten volgen die inspelen op je behoeftes, interesses en achtergrond. Bv. je kan een opleiding volgen via afstandsonderwijs, je kan kiezen voor minder vakken per jaar te volgen…

De student moet enkel examen opnieuw afleggen van de vakken waarvoor hij niet geslaagd is.

Wanneer de student niet geslaagd is voor alle vakken, kan de examencommissie motiveren dat de doelstellingen van de opleiding globaal verwezenlijkt zijn.

Recht op redelijke aanpassingen

Als student Hoger Onderwijs heb je recht op Redelijke Aanpassingen. Dit zijn aanpassingen die in een concrete situatie de onaangepaste omgeving voor een persoon met een beperking zo veel mogelijk neutraliseren.

Bv. Studenten met dyslexie krijgen extra tijd voor het oplossen het examen.

Deze redelijke aanpassingen maken studeren mogelijk voor iedereen. Op die manier kan iedereen zijn talenten ten volle ontplooien.

Ondersteuning

  • Studiebegeleiding
Elke hogeschool of universiteit heeft een dienst voor studiebegeleiding waar alle studenten naar toe kunnen gaan. Hier kijken ze samen met de student hoe hij kan leren plannen, hoe hij moet studeren, hoe hij paper kan schrijven, …

  • Aanspreekpunt voor studenten met een functiebeperking
Elke hogeschool en universiteit heeft ook een aanspreekpunt voor studenten met een functiebeperking. Deze persoon is er zowel voor (toekomstige) studenten als hun omgeving. Je kan er terecht voor vragen en algemene informatie rond studeren met extra ondersteuning. Die persoon legt uit hoe, waar en bij wie ze kunnen aangeven welke behoeftes ze hebben om goed te studeren. Samen met de student gaat die persoon dan op zoek naar krachtbronnen, struikelblokken en noden.

De lijst van aanspreekpunten vind je op de website van het SIHO

B. Opleidingen in het Hoger Beroepsonderwijs

Je mag inschrijven voor een opleiding in het Hoger Beroepsonderwijs als je bv.
  • een studiegetuigschrift hebt van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, dat minstens drie jaar behaald is;
  • een diploma hebt van het secundair onderwijs.

Als je geen van bovenstaande documenten hebt, kan je je misschien toch nog inschrijven. De hogeschool of universiteit bepaalt zelf de voorwaarden. Zij houden rekening met:
  • humanitaire redenen;
  • medische, psychische of sociale redenen;
  • het algemeen niveau van de kandidaat. De onderwijsinstelling kan toetsen of de cursist de kennis en vaardigheden heeft voor de opleiding. De onderwijsinstelling kan deze toelatingsproef niet weigeren.







Wetgeving studeren met een beperking in Vlaanderen


Welke wetgeving garandeert dat studenten met een functiebeperking kunnen studeren en waar hebben ze dan recht op?

Antwoord

Het Flexibiliseringsdecreet = Decreet van 30 april 2004 betreffende de flexibilisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen en houdende dringende hogeronderwijsmaatregelen


http://www.ond.vlaanderen.be/edulex/database/document/document.asp?docid=13528

Het Flexibiliseringsdecreet wil de studiemogelijkheden van elke student vergroten en meer mogelijkheden tot differentiëring en levenslang leren bieden. Bv. mogelijkheid tot individuele, aangepaste, flexibele studietrajecten die inspelen op de behoeftes, achtergrond en interesses van een student.
Deze basisfilosofie biedt in principe een perfect kader om studenten met functiebeperkingen maximaal kansen te bieden in het hoger onderwijs.
Flexibilisering heeft betrekking op verschillende aspecten:
  • toegang tot het hoger onderwijs
  • organisatie van het onderwijs
  • curriculum
  • leeromgeving
Het participatiedecreet = Decreet van 19 maart 2004 betreffende de rechtspositieregeling van de student, de medezeggenschap in het hoger onderwijs, de integratie van bepaalde afdelingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie in de hogescholen en de begeleiding van de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen

http://www.ond.vlaanderen.be/edulex/database/document/document.asp?docid=13487

Een van de algemene beginselen van dit decreet is het gelijkheidsbeginsel.
In dit decreet staat dat elke instelling verplichting is om inspanningen te doen voor studenten met een beperking. Die inspanningen worden echter niet nader beschreven. De student heeft recht op een minimale aanpassing aan zijn of haar noden.
In de praktijk voorzien de meeste onderwijs – en examenregelingen in faciliteiten voor studenten met functiebeperkingen
Doordat deze verplichting echter geen concrete inhoud heeft blijft de student sterk afhankelijk van de maatregelen die al dan niet door een bepaalde onderwijsinstelling worden genomen

Het financieringsdecreet = Decreet van 14 maart 2008 betreffende de financiering van de werking van de hogescholen en de universiteiten in Vlaanderen

http://www.ond.vlaanderen.be/edulex/database/document/document.asp?docid=13988

Hoger onderwijs instellingen krijgen meer financieringspunten voor studenten met een beperking.
Dit geld echter enkel voor studenten die ingeschreven zijn bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. Studenten met dyslexie bv. vallen hier niet onder.

Decreet 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid

http://www.gelijkekansen.be/bijlagen/VR%202008%201007%20DEC.0052%20Decreet%20gelijkekansenbeleid.pdf

Artikel 14 zegt dat het weigeren van redelijke aanpassingen voor studenten met een handicap wordt beschouwd als een vorm van discriminatie.
Een aanpassing is redelijk als ze geen onevenredige belasting voor de instelling meebrengt.
Dit betekent dat studenten met een functiebeperking aanpassingen kunnen afdwingen, voor zover deze ze redelijk zijn.

VN-verdrag voor gelijke rechten van personen met een handicap

Artikel 24: Recht op redelijke aanpassingen zodat persoon zonder discriminatie en op basis van gelijke kansen toegang krijgt tot een inclusief onderwijs.




Wettelijk Kader UDL en toepassing


Wat is het wettelijk kader voor UDL en welke principes zijn toepasbaar voor studenten met een autisme spectrum stoornis?

Antwoord

Het VN - Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (2006) definieert in art. 2 Universal Design of Universeel Ontwerp als ontwerpen van producten, omgevingen, programma’s en diensten die door iedereen in de ruimst mogelijke zin gebruikt kunnen worden zonder dat aanpassing of een speciaal ontwerp nodig is. Universeel ontwerp omvat tevens ondersteunende middelen voor specifieke groepen personen met een handicap, indien die nodig zijn.

Het begrip Universal Design is afkomstig uit de architectuur. Dit gedachtegoed werd toegepast op onderwijs onder de naam Universal Design for Learning (UDL). UDL betekent niet dat er één optimale benadering bestaat voor alle studenten. Het betekent wel dat de onderwijsinstelling tegemoet komt aan de noden van een heel diverse studentenpopulatie door flexibel om te springen met doelstellingen, methoden, materialen, evaluatie… (www.cast.org)

UDL vertrekt vanuit drie richtlijnen die onderwijsinstellingen moeten helpen om tegemoet te komen aan de noden van al hun studenten (www.udlcenter.org):

1. Diversiteit en flexibiliteit op vlak van representatie: informatie wordt best op diverse manieren aangeboden zodat studenten op verschillende manieren de kennis kunnen verwerven (bv. video, geschreven tekst,…).
2. Diversiteit en flexibiliteit op vlak van actie en expressie: studenten moeten op verschillende manieren kunnen aantonen wat ze geleerd hebben (bv. mondeling examen, schriftelijk examen,…).
3. Diversiteit en flexibiliteit in manieren om de betrokkenheid van studenten te wekken: inspelen op de interesses van studenten en gepaste uitdagingen aanbieden om de motivatie van studenten te verhogen (bv. gebruik maken van Youtube, inspelen op de actualiteit,…)

Het spreekt voor zich dat hoe beter hoger onderwijs instellingen gaan anticiperen – dus hoe universeler zaken in een onderwijsinstelling georganiseerd zijn – hoe minder redelijke aanpassingen nodig zijn. De uitdaging is om proactief te werk te gaan zodat minder ad hoc aanpassingen nodig zijn.

Het wettelijk kader van Universal design for Learning is dus terug te vinden binnen VN - Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (2006).  Dit verdrag werd geratificeerd door België, wat betekent dat wij dus VERPLICHT zijn om bestaande regelgeving, afspraken,… aan te passen of nieuwe regelgeving, afspraken,… te maken om hieraan tegemoet te komen.  Een ander artikel die hiervoor specifiek is:
 
* Artikel 4: algemene verplichting van de staten die het verdrag ratificeren:f. tot het uitvoeren of bevorderen van onderzoek naar en ontwikkelingvan universeel ontworpen goederen, diensten, uitrusting en faciliteiten zoals omschreven in artikel 2 van dit Verdrag, die zo min mogelijk behoeven te worden aangepast en tegen de laagste kosten, om te beantwoordenaan de specifieke behoeften van personen met een handicap,het bevorderen van de beschikbaarheid en het gebruik ervan, en hetbevorderen van universele ontwerpen bij de ontwikkeling van normen enrichtlijnen.

Op www.gelijkerechten.be vind je veel info over het VN-verdrag (o.a. de NL-talige tekst).

Eigenlijk kan je alle principes van UDL toepasbaar voor studenten met ASS. Het is echter zeker niet de bedoeling dat alles, aan ALLE principes moeten voldoen.  Het streven naar zoveel mogelijk differentiatie is net het belangrijkste. Een heleboel dingen die men al toepast, zijn al volgens deze UDL principes.





Terug naar overzicht ad hoc vragen

Print pagina
Terug naar vorige pagina

NIEUWS

  • Vacature aan UHasselt Geschreven op: 3/02/2012
    De faculteit Bedrijfseconomische Wetenschappen, onderzoeksinstituut Identity, Diversity & Inequality Research van de Universiteit Hasselt zoekt een (m/v) 'doctoraatsbursaal diversiteit in organisaties, handicap'.

  • 12-16/03/12 - DisABILITY filmfestival Geschreven op: 3/02/2012
    Van 12 tot en met 16 maart wordt in Leuven de 2de editie van het DisABILITY Filmfestival georganiseerd. Dit jaar is het thema On The Move. Op het programma staan 5 films waarin personen met een beperking een prominente rol spelen. Daarnaast zijn er interviews & debatten over representatie en beeldvorming van personen met een beperking gepland met acteurs en beleidsverantwoordelijken.

  • Vacature Geschreven op: 15/12/2011
    UGent heeft een vacature voor projectmedewerker diversiteit.

Archief