Onderwijs- en examenfaciliteiten

Compenserende software dyscalculie


Bestaat er compenserende software voor studenten met dyscalculie? (Zoals bv. Sprint of Kurzweil voor studenten met dyslexie).

Antwoord

Het SIHO vroeg dit na bij het expertisecentrum CODE van de Lessius hogeschool in Antwerpen. Volgens hen bestaat er  geen compenserende software voor studenten met dyscalculie, met uitzondering van een rekenmachine waarbij de ingevoerde bewerkingen zichtbaar blijven op het scherm. De laatste versie van Kurzweil bevat tevens een sprekende rekenmachine. Er is heel wat remediërende software op de markt, voornamelijk gericht op kinderen. Uit onderzoek blijkt dat het werkzame aspect van deze software het krijgen van feedback is, niet de software op zich. Het staat wel vast dat software motiverend kan werken.

Het SIHO deed ook navraag bij het Kenniscentrum Hulpmiddelen (KOC).
Volgens het KOC bestaat er, zoals Sprint een compenserende oplossing is voor studenten met ernstige lees- en spellingsproblemen, geen gelijkaardig compenserende software-oplossing voor dyscalculie. Een goede en tevens ook de meest gebruikte oplossing in het hoger onderwijs is een wetenschappelijk rekenmachine. Als het voor de student noodzakelijk is dat het resultaat wordt uitgesproken dan kan men beroep doen op een sprekende wetenschappelijk rekenmachine (vb. doublecheck). Zie Vlibank.





Dyslexie en taal


Veel studenten met dyslexie, zeker als ze naar het hoger onderwijs doorstromen, hebben technieken om te compenseren. Hun cognitie houdt alles in evenwicht en zorgt ervoor dat er toch goed tot begrip kan overgegaan worden. Het probleem zit vaak in ‘de tijd’, ze hebben meer tijd nodig om het te kunnen verwerken. Er worden nog fouten geschreven/getypt, maar dit kan al vaker gecompenseerd worden.

Sommige docenten vinden het moeilijk om de grens te trekken tussen dingen toelaten en door de vingers zien (bijvoorbeeld naar schrijffouten, wanneer het juist gaat om vervoegingen bijvoorbeeld) en hier grenzen te stellen.
Er zijn geen algemene regels. Het is bij iedere taak/opdracht van belang om goed na te denken over wat je juist te weten wil komen of wil meten. Is de schrijfwijze belangrijk in een voordracht/opstel rond creatief omgaan met taal? Is het belangrijk bij vervoegingen? Wat wil je juist weten? En kan die student ook op een andere manier aan deze competenties geraken, bijvoorbeeld door zijn laptop te gebruiken?

Dr. Van Berkel is expert in dyslexie en vreemde talen. Er bestaat een hele interessante site rond dyslexie en vreemde talen: www.dyslexie-en-vt.eu. Dr. Van Berkel en Dr. Hoeks-Mentjes zijn oprichtsters van deze site.





Dyslexie: cijfergegevens en ondersteuning


Heeft het SIHO concrete cijfers over dyslexie, het voorkomen in België, Vlaanderen, in het onderwijs, enzovoort?
Heeft het SIHO concrete gegevens hierover, of recente documenten waarin men deze informatie kan terugvinden?

Antwoord

Op dit ogenblik is het zo dat niet elke instelling hoger onderwijs haar studenten met dyslexie ‘telt'. Diegene die het toch doen, doen dat ook nog eens op een verschillende manier. Duidelijk cijfers zijn er dus niet direct voorhanden.

In  Desoete, A. (2009). “Cursus leerstoornissen. Algemene thema's. Lezen, spellen, dyslexie. Rekenen, dyscalculie”  schrijft de auteur in haar cursus:  Prevalentie dyslexie zelf (als leerstoornis) komt bij 2 à 10 van de kinderen voor. De verhouding meisjes – jongens varieert van 1 à 2 tot 4 keer meer jongens (Flannery, Liederman, Daly & Schultz, 2000; Rutter e.a., 2004). Er is een successieve comorbiditeit van 50-80% met Spraak-Taal-OntwikkelingsStoornissen (of STOS; Njiokiktjien, 2004). Het gaat in 56% (Light & DeFries, 1995) om een dubbeldiagnose van dyscalculie en dyslexie. Verder zien we een heterotypische comorbide problematiek van 15-40% met ADHD (Suk-Han Ho, Wai-Ock Chan, Leung, Lee & Tsang, 2005) en van 19% met Developmental Coordination Disorder (DCD; de vervanger van dyspraxie) (Suk-Han Ho e.a., 2005)

Op een studiedag van de VLOR kwamen enkele cijfergegevens aan bod bij de voorstelling van de studentenmonitor.
Er is wel enige voorzichtigheid geboden om deze cijfers over te nemen. De studentenmonitor geeft immers aan dat in het hoger onderswijs 3% van de studenten een functiebeperking heeft, terwijl de schatting is dat 8 à 10 % van de studenten een functiebeperking heeft. Dit komt omdat niet alle studenten zich laten registreren.
Van die studenten die aangeven een functiebeperking te hebben (in de studentenmonitor) is de meest voorkomende beperking wel een leerstoornis (dus wel ruimer dan enkel dyslexie) (38% ). 
 
Op een studiedag van Hogeschool Gent op 9 december 2010 werd verteld dat in Hogeschool Gent meer dan 60% van de studenten die beroep doen op ondersteuning  studenten zijn met een leerstoornis.

BSH (begeleidingsdienst voor studenten met een functiebeperking in Gent) heeft een film gemaakt over studeren met dyslexie in het hoger onderwijs.  Zij hebben hier ook een boekje bij uitgegeven.  Misschien vind je daar bruikbaar materiaal voor jouw onderzoek in.  Je kan dit vinden op de website: www.dyslexie.UGent.be.

Ook op de website van het SIHO vind je in de wegwijzer ‘Dyslexie’ heel wat informatie over studeren met dyslexie.

In de zoekmachine van Handicap+Studie vind je een heleboel redelijke aanpassingen voor dyslexie.

Je vind daar ook informatie over softwareondersteunende programma's zoals de voorleesprogramma's SPRINT en Kurzweil 3000. Er zijn nu ook nieuwe programma's zoals Woody (dit is een programma dat je helpt bij het schrijven bv. er verschijnen 2 kolommen met woorden zodat je indien je een woord kan corrigeren wanneer je het verkeerd schrijft). Dit programma is samen met Dragon speech (speech-to-tekst programma) vrij recent en er loopt een proefproject hier rond bij BSH.

Er zijn niet enkel redelijke aanpassingen, maar nog beter is om Universal Design for Learning (UDL) toe te passen. Dit betekent dat de lessen zo aangepast worden dat ALLE studenten daar baat bij hebben. Op die manier heb je minder nood aan ad hoc redelijke aanpassingen.

Een aantal voorbeelden van UDL zijn :
  • Verschillende soorten documenten: uitgeschreven tekst, PowerPoint, illustraties, foto’s…
  • Tekst in PowerPoint presentaties met minimum tekstgrootte 18
  • Digitaal lesmateriaal (cursus, notities, ...)
  • Lettertype Arial, Comic Sans MS, ...
  • Gevarieerde vragen: reproductie, inzicht, toepassing…
  • (Keuze tussen) verschillende evaluatievormen: project, presentatie, portfolio, discussieforum, schriftelijk examen, mondeling examen…
  • Voorbeeldvragen
  • Examenformulier in voldoende groot lettertype
  • Gebruik woordenboek tijdens het examen
Meer informtaie vind je hiervan op www.cast.org (online module UDL).





Evaluatie van faciliteiten


Op welke manier kan een evaluatie gemaakt worden van de faciliteiten die toegekend zijn aan studenten met een functiebeperking?

Antwoord

Volgende acties kunnen ondernomen worden:
  • Kijken naar de studieresultaten van de student
  • Een gesprek doen met de student waarin de faciliteiten besproken worden
  • Een gesprek met de docent(en) waarin de faciliteiten besproken worden
  • Evaluaties tijdens het jaar op basis waarvan bijgestuurd kan worden
  • Studenten moeten ieder jaar opnieuw hun speciaal statuut aanvragen. Dit is de ideale gelegenheid om de situatie van het vorige jaar te overlopen: wat was nuttig? wat waren de tekorten?
  • De informatie die per student verkregen wordt verwerken in een algemene evaluatie van de werking naar studenten met een functiebeperking




Faciliteiten voor hoogbegaafde studenten


Welke onderwijs - en examenfaciliteiten zijn nuttig voor hoogbegaafde studenten?

Antwoord

Belangrijk is om de onderwijs- en examenfaciliteiten zo inclusief mogelijk te maken, d.w.z. geen specifieke paragrafen voor bv. hoogbegaafde studenten. Belangrijk is dat zij (net zoals nog andere studenten) de mogelijkheid moeten krijgen om te kunnen afwijken van bv. de onderwijsvormen. Bv meer dan 60 studiepunten, grotere papers mogen maken,…

Belangrijk is te kijken naar hun competenties (dit is bij iedere hoogbegaafde student  immers verschillend). Sommige studenten hebben meer nood aan autonoom onderwijs waardoor het misschien voor hen belangrijk zou kunnen zijn om vrijstelling van aanwezigheden te krijgen. Echter niet elke hoogbegaafde student heeft baat heeft bij een vrijstelling van aanwezigheid, omdat hij b.v. niet zelfstandig kan werken. Andere hoogbegaafde studenten hebben dit juist heel erg nodig om alleen de leerstof te mogen verwerken zonder naar die ‘trage, saaie’ lessen te gaan.

De ervaring leert ook dat het belangrijk is om te kijken naar de valkuilen van studenten die hoogbegaafd zijn en hier samen met hen aan te werken. Zo blijkt het dat sommige van deze studenten moeilijkheden ondervinden in het aangaan van sociale relaties, faalangst hebben, depressieve symptomen vertonen, zich eenzaam voelen en moeilijkheden hebben met examenvaardigheden (bv. de prof vraagt naar een datum en zij zullen een hele theorie hierover bij vertellen i.p.v. enkel die datum te geven). Belangrijk is om erkenning te geven aan hun hoogbegaafdheid (door flexibiliteit aan te bieden in de onderwijs- en examenfaciliteiten) en ook rond hun valkuilen te gaan werken.





Multiple choice examens en dyslexie


Welke problemen stellen multiple choice examens voor studenten met dyslexie? Welke alternatieven zijn als examenfaciliteit wenselijk en nuttig.

Antwoord

Het probleem met multiple choice vragen is dat deze meestal niet de inhoud van het vak meten, maar de taalvaardigheid van de student. (De nuances tussen de vragen zijn meestal zeer klein en liggen op het vlak van taal bv. ondanks – desondanks –vermits -…)  Dit is voor studenten met dyslexie net zeer moeilijk.

Multiple choice examens doen meer beroep op de leesvaardigheden, open schriftelijke vragen meer op de schrijfvaardigheden.

Ook op uitvoerend vlak kunnen studenten met dyslexie veel fouten maken bij multiple choice vragen. Bv ik vind antwoord ‘A’ correct, maar schrijf verkeerdelijk ‘B’. Of ik heb op mijn kladblad antwoord ‘A’ geschreven, maar duidt op het registratieformulier het bolletje naast antwoord ‘B’ aan,…)

Er zijn een aantal voorwaarden die het multiple choice examen toegankelijker maken voor studenten met dyslexie. Let op:
  • Het lettertype
  • De bladspiegel
  • De vorm van antwoorden
Deze vorm van examen levert bij sommige studenten met dyslexie extra examenstress, wat niet bevorderlijk is voor het afleggen van het examen.
Voor studenten kan het een groot verschil maken of een examen bestaat uit multiple choice vragen, stellingen, een open boek examen.... Niet iedere student presteert hetzelfde op de verschillende vormen. Dat is grotendeels afhankelijk van de individuele kleuring die de dyslexie heeft.

Als alternatief kunnen volgende punten gelden:
  • De vragen en de antwoorden voorlezen
  • Een combinatie van open vragen en multiple choice
  • Mondeling examen
Net als bij andere studenten zijn er studenten met dyslexie die meerkeuzevragen verkiezen boven open vragen. Anderen hebben het net heel moeilijk met deze multiple choice. Het is niet zo dat één van beide soorten vragen goed of verkeerd is voor studenten met dyslexie. Wel geeft iedere schriftelijke toets voor de dyslecticus een onevenredige verzwaring, omdat die zelden een reëel beeld geven van verworven kennis en inzicht. Een mondelinge toelichting kan verheldering geven. Een mondeling examen geeft sowieso meer gelijke kansen.

Bron: http://www.eur.nl/szd/informatie_voor_docenten/veel_gestelde_vragen_over_dyslexie/#acht

Op de website van Handicap en Studie worden tips gegeven voor studenten met dyslexie bij het maken van een examen.

Op 28 april 2009 vond in Dublin een Round Table Symposium on A Charter for Inclusive Teaching & Learning in Higher Education plaats (georganiseerd door AHEAD). Op dit symposium kwam zowel het onderwerp leren, lesgeven, kwaliteitszorg als evalueren aan bod. Dr. Geraldine O'Neill van het UCD Centre for Teaching & Learning verzorgde er een lezing rond voorbeelden van innovatieve en inclusieve evaluatie. Om tegemoet te komen aan de diversiteit van studenten, raadde ze aan om te variëren in evaluatievormen, zowel binnen de verschillende opleidingsonderdelen als doorheen heel het studietraject van de student. Ook mogelijk is dat studenten kunnen kiezen voor een evaluatievorm en tijdstippen (bv. wekelijkse test, test op het einde van de module, portfolio, ...). Bovendien kunnen verschillende methodes testen wat studenten kennen en kunnen (testen zijn niet bedoeld om te tonen wat studenten niet kunnen).

16 oktober 2009 vond de conferentie 'Belonging! Developing and maintaining inclusive environments' plaats in London, Canada. Deze studiedag ging over het ontwikkelen en behouden van inclusieve leeromgevingen. Ook hier kwam de differentiatie van evaluatievormen aan bod. Deze differentiatie komt niet enkel ten goede aan studenten met een (verborgen) functiebeperking maar aan alle studenten.
 
We raden aan in dialoog te gaan met de student en samen te bekijken welke beoordelingsmethodes zorgen voor struikelblokken bij deze persoon. Daarnaast kan ook met deze persoon gekeken worden naar bijkomende faciliteiten (om gelijke kansen te creëren) bv. gebruik technologie, meer tijd voor het invullen van het examen...






Online documentatie over studeren met ADHD


Een aanspreekpunt is op zoek naar online informatie over studeren met ADHD.

Antwoord

Hieronder een aantal websites met interessante informatie over studeren met ADHD:







Richtlijnen voor examens


Hebben jullie een overzicht van tips om mee te geven aan docenten over het opstellen van examen voor studenten met dyslexie, DCD, ADHD, ADD en anderstalige studenten? Algemene regels dus voor studenten met een functiebeperking.

Antwoord

Een eenduidig antwoord is niet mogelijk.  Het is zo dat elke student anders is, dus ook studenten met functiebeperking.
Een student met ADHD heeft niet automatisch dezelfde noden als een andere student met ADHD. Wij pleiten er dus voor om samen in dialoog met de student te gaan en te kijken wat hem/haar kan helpen, kan ondersteunen.  We weten dat studenten met een functiebeperking meestal zelf al een heleboel dingen hebben uitgeprobeerd en zich dus ook goed bewust zijn van wat hen ondersteunt en wat niet.

Soms helpt het om als begeleider een lijstje te hebben van mogelijke tips om die samen met de student te overlopen.  Dit kan men terugvinden op de website www.handicap-studie.nl  bij 'studietips'.  Hier vindt je ook tips voor examens, zoals bv.
  • Verlenging tijd
  • Vragen op cassette
  • Toets met geschikt lettertype en lettergrootte (wat het meest geschikt lettertype is voor iemand met dyslexie , wisselt per persoon)
  • Ondersteuning bij examen planning
  • Persoonlijke instructie krijgen van de docent
  • Open vragen i.p.v. multiple choice vragen
  • Multiple choice vragen i.p.v. open vragen
  • Antwoorden op computer
I







Vraag van een BUSO-leerkracht


Sommige van mijn leerlingen (type 1) komen met de vraag om na het BUSO verder te studeren.  Wij proberen hen hierbij te helpen, verwijzen hen steeds naar het CLB, nemen contact op met de scholen waar zij verder willen studeren.  Toch merken we dat ze eens aan de studies beginnen wat in de kou komen te staan en men er nog weinig rekening mee houdt dat ze vanuit een BUSO school vertrekken.  Alle tips om die overgang voor hen makkelijker te maken zijn dan ook welkom.

Ik ben er zeker van dat onze leerlingen heel wat aankunnen, en vaak zeer geschikt zijn voor bepaalde beroepen, maar het feit dat veel opleidingen nog zeer theoretisch zijn ontneemt hen soms de kansen die ze verdienen.
Mochten jullie ons kunnen helpen, graag.

Antwoord

Wat kunnen jullie doen om de overgang vlot te laten verlopen?


Ga samen met de student op zoek naar
  • Zijn sterke kanten
  • Zijn beperkingen
  • Zijn studiehouding
  • Zijn interesses

Stimuleer de student om de inhoud van de verschillende opleidingen te bekijken (via website, infodagen,..)

Geef hem correcte informatie (aanspreekpunt, redelijke aanpassingen, ...) (zie verder)

Samen gids ‘Verder studeren. Het kan’ bekijken. Dit is een brochure van het Steunpunt Inclusief Hoger Onderwijs. Deze brochure geeft informatie die leerlingen kunnen helpen bij hun zoektocht naar een studierichting en hogeschool of universiteit. De brochure informeert hen dat binnen het hoger onderwijs ondersteuning mogelijk is en wijst hen de weg naar de juiste personen. Het informeert hen ook hoe ze het gesprek kunnen voeren met de onderwijsinstelling over wat ze nodig hebben om goed te kunnen studeren.

Hoe zit de situatie momenteel in elkaar?

Op 2 juli 2009 bekrachtigde België (en haar deelstaten) het VN-verdrag voor gelijke rechten voor personen met een handicap waarin o.a. staat het inrichten van een inclusief onderwijssysteem op alle niveaus (dus ook het hogere onderwijs). België is nu verplicht om maatregelen te nemen om het verdrag uit te voeren. Dit kan o.a. door de wetgeving aan te passen waar nodig. Er zijn dus heel wat zaken bezig.

Hoe zien de mogelijkheden er momenteel uit?

A. Bacheloropleidingen (hogeschool – universiteit)

Flexibele toelatingsvoorwaarden

Als je je inschrijft op een hogeschool of universiteit, kan je kiezen tussen contracten:
  • Creditcontract (volgen van afzonderlijke vakken)
  • Examencontract (enkel afleggen van examens van de gekozen vakken)
  • diplomacontract (met het doel van op het einde een diploma te behalen)

Je mag inschrijven voor een bachelorsopleiding (inschrijvingsvoorwaarden) als je bv.:
  • een diploma van het secundair onderwijs hebt;
  • een diploma of certificaat hebt, uitgereikt in het kader van het hoger beroepsonderwijs;
  • een studiebewijs hebt dat gelijkwaardig is.

Voor bepaalde opleidingen te starten, moet je wel een toelatingsproef doen, bv. 1e bachelor geneeskunde.

Als je geen van bovenstaande documenten hebt, kan je je misschien toch nog inschrijven. De hogeschool of universiteit bepaalt zelf de voorwaarden. Zij houden rekening met:
  • humanitaire redenen;
  • medische, psychische of sociale redenen;
  • het algemeen niveau van de kandidaat. De hogeschool of universiteit kan dit toetsen.

Als je enkel bepaalde vakken wil volgen (credit- of examencontract), en je hebt geen van bovenstaande documenten, kan je je misschien toch nog inschrijven. De onderwijsinstelling onderzoekt of je bekwaam bent om de gekozen vakken goed te kunnen volgen.

Flexibel studeren

In het Hoger Onderwijs (hogeschool – universiteit) kan je ook individuele, aangepaste, flexibele trajecten volgen die inspelen op je behoeftes, interesses en achtergrond. Bv. je kan een opleiding volgen via afstandsonderwijs, je kan kiezen voor minder vakken per jaar te volgen…

De student moet enkel examen opnieuw afleggen van de vakken waarvoor hij niet geslaagd is.

Wanneer de student niet geslaagd is voor alle vakken, kan de examencommissie motiveren dat de doelstellingen van de opleiding globaal verwezenlijkt zijn.

Recht op redelijke aanpassingen

Als student Hoger Onderwijs heb je recht op Redelijke Aanpassingen. Dit zijn aanpassingen die in een concrete situatie de onaangepaste omgeving voor een persoon met een beperking zo veel mogelijk neutraliseren.

Bv. Studenten met dyslexie krijgen extra tijd voor het oplossen het examen.

Deze redelijke aanpassingen maken studeren mogelijk voor iedereen. Op die manier kan iedereen zijn talenten ten volle ontplooien.

Ondersteuning

  • Studiebegeleiding
Elke hogeschool of universiteit heeft een dienst voor studiebegeleiding waar alle studenten naar toe kunnen gaan. Hier kijken ze samen met de student hoe hij kan leren plannen, hoe hij moet studeren, hoe hij paper kan schrijven, …

  • Aanspreekpunt voor studenten met een functiebeperking
Elke hogeschool en universiteit heeft ook een aanspreekpunt voor studenten met een functiebeperking. Deze persoon is er zowel voor (toekomstige) studenten als hun omgeving. Je kan er terecht voor vragen en algemene informatie rond studeren met extra ondersteuning. Die persoon legt uit hoe, waar en bij wie ze kunnen aangeven welke behoeftes ze hebben om goed te studeren. Samen met de student gaat die persoon dan op zoek naar krachtbronnen, struikelblokken en noden.

De lijst van aanspreekpunten vind je op de website van het SIHO

B. Opleidingen in het Hoger Beroepsonderwijs

Je mag inschrijven voor een opleiding in het Hoger Beroepsonderwijs als je bv.
  • een studiegetuigschrift hebt van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, dat minstens drie jaar behaald is;
  • een diploma hebt van het secundair onderwijs.

Als je geen van bovenstaande documenten hebt, kan je je misschien toch nog inschrijven. De hogeschool of universiteit bepaalt zelf de voorwaarden. Zij houden rekening met:
  • humanitaire redenen;
  • medische, psychische of sociale redenen;
  • het algemeen niveau van de kandidaat. De onderwijsinstelling kan toetsen of de cursist de kennis en vaardigheden heeft voor de opleiding. De onderwijsinstelling kan deze toelatingsproef niet weigeren.







Wetgeving studeren met een beperking in Vlaanderen


Welke wetgeving garandeert dat studenten met een functiebeperking kunnen studeren en waar hebben ze dan recht op?

Antwoord

Het Flexibiliseringsdecreet = Decreet van 30 april 2004 betreffende de flexibilisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen en houdende dringende hogeronderwijsmaatregelen


http://www.ond.vlaanderen.be/edulex/database/document/document.asp?docid=13528

Het Flexibiliseringsdecreet wil de studiemogelijkheden van elke student vergroten en meer mogelijkheden tot differentiëring en levenslang leren bieden. Bv. mogelijkheid tot individuele, aangepaste, flexibele studietrajecten die inspelen op de behoeftes, achtergrond en interesses van een student.
Deze basisfilosofie biedt in principe een perfect kader om studenten met functiebeperkingen maximaal kansen te bieden in het hoger onderwijs.
Flexibilisering heeft betrekking op verschillende aspecten:
  • toegang tot het hoger onderwijs
  • organisatie van het onderwijs
  • curriculum
  • leeromgeving
Het participatiedecreet = Decreet van 19 maart 2004 betreffende de rechtspositieregeling van de student, de medezeggenschap in het hoger onderwijs, de integratie van bepaalde afdelingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie in de hogescholen en de begeleiding van de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen

http://www.ond.vlaanderen.be/edulex/database/document/document.asp?docid=13487

Een van de algemene beginselen van dit decreet is het gelijkheidsbeginsel.
In dit decreet staat dat elke instelling verplichting is om inspanningen te doen voor studenten met een beperking. Die inspanningen worden echter niet nader beschreven. De student heeft recht op een minimale aanpassing aan zijn of haar noden.
In de praktijk voorzien de meeste onderwijs – en examenregelingen in faciliteiten voor studenten met functiebeperkingen
Doordat deze verplichting echter geen concrete inhoud heeft blijft de student sterk afhankelijk van de maatregelen die al dan niet door een bepaalde onderwijsinstelling worden genomen

Het financieringsdecreet = Decreet van 14 maart 2008 betreffende de financiering van de werking van de hogescholen en de universiteiten in Vlaanderen

http://www.ond.vlaanderen.be/edulex/database/document/document.asp?docid=13988

Hoger onderwijs instellingen krijgen meer financieringspunten voor studenten met een beperking.
Dit geld echter enkel voor studenten die ingeschreven zijn bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. Studenten met dyslexie bv. vallen hier niet onder.

Decreet 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid

http://www.gelijkekansen.be/bijlagen/VR%202008%201007%20DEC.0052%20Decreet%20gelijkekansenbeleid.pdf

Artikel 14 zegt dat het weigeren van redelijke aanpassingen voor studenten met een handicap wordt beschouwd als een vorm van discriminatie.
Een aanpassing is redelijk als ze geen onevenredige belasting voor de instelling meebrengt.
Dit betekent dat studenten met een functiebeperking aanpassingen kunnen afdwingen, voor zover deze ze redelijk zijn.

VN-verdrag voor gelijke rechten van personen met een handicap

Artikel 24: Recht op redelijke aanpassingen zodat persoon zonder discriminatie en op basis van gelijke kansen toegang krijgt tot een inclusief onderwijs.




Wettelijk Kader UDL en toepassing


Wat is het wettelijk kader voor UDL en welke principes zijn toepasbaar voor studenten met een autisme spectrum stoornis?

Antwoord

Het VN - Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (2006) definieert in art. 2 Universal Design of Universeel Ontwerp als ontwerpen van producten, omgevingen, programma’s en diensten die door iedereen in de ruimst mogelijke zin gebruikt kunnen worden zonder dat aanpassing of een speciaal ontwerp nodig is. Universeel ontwerp omvat tevens ondersteunende middelen voor specifieke groepen personen met een handicap, indien die nodig zijn.

Het begrip Universal Design is afkomstig uit de architectuur. Dit gedachtegoed werd toegepast op onderwijs onder de naam Universal Design for Learning (UDL). UDL betekent niet dat er één optimale benadering bestaat voor alle studenten. Het betekent wel dat de onderwijsinstelling tegemoet komt aan de noden van een heel diverse studentenpopulatie door flexibel om te springen met doelstellingen, methoden, materialen, evaluatie… (www.cast.org)

UDL vertrekt vanuit drie richtlijnen die onderwijsinstellingen moeten helpen om tegemoet te komen aan de noden van al hun studenten (www.udlcenter.org):

1. Diversiteit en flexibiliteit op vlak van representatie: informatie wordt best op diverse manieren aangeboden zodat studenten op verschillende manieren de kennis kunnen verwerven (bv. video, geschreven tekst,…).
2. Diversiteit en flexibiliteit op vlak van actie en expressie: studenten moeten op verschillende manieren kunnen aantonen wat ze geleerd hebben (bv. mondeling examen, schriftelijk examen,…).
3. Diversiteit en flexibiliteit in manieren om de betrokkenheid van studenten te wekken: inspelen op de interesses van studenten en gepaste uitdagingen aanbieden om de motivatie van studenten te verhogen (bv. gebruik maken van Youtube, inspelen op de actualiteit,…)

Het spreekt voor zich dat hoe beter hoger onderwijs instellingen gaan anticiperen – dus hoe universeler zaken in een onderwijsinstelling georganiseerd zijn – hoe minder redelijke aanpassingen nodig zijn. De uitdaging is om proactief te werk te gaan zodat minder ad hoc aanpassingen nodig zijn.

Het wettelijk kader van Universal design for Learning is dus terug te vinden binnen VN - Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (2006).  Dit verdrag werd geratificeerd door België, wat betekent dat wij dus VERPLICHT zijn om bestaande regelgeving, afspraken,… aan te passen of nieuwe regelgeving, afspraken,… te maken om hieraan tegemoet te komen.  Een ander artikel die hiervoor specifiek is:
 
* Artikel 4: algemene verplichting van de staten die het verdrag ratificeren:f. tot het uitvoeren of bevorderen van onderzoek naar en ontwikkelingvan universeel ontworpen goederen, diensten, uitrusting en faciliteiten zoals omschreven in artikel 2 van dit Verdrag, die zo min mogelijk behoeven te worden aangepast en tegen de laagste kosten, om te beantwoordenaan de specifieke behoeften van personen met een handicap,het bevorderen van de beschikbaarheid en het gebruik ervan, en hetbevorderen van universele ontwerpen bij de ontwikkeling van normen enrichtlijnen.

Op www.gelijkerechten.be vind je veel info over het VN-verdrag (o.a. de NL-talige tekst).

Eigenlijk kan je alle principes van UDL toepasbaar voor studenten met ASS. Het is echter zeker niet de bedoeling dat alles, aan ALLE principes moeten voldoen.  Het streven naar zoveel mogelijk differentiatie is net het belangrijkste. Een heleboel dingen die men al toepast, zijn al volgens deze UDL principes.





Terug naar overzicht ad hoc vragen

Print pagina
Terug naar vorige pagina

NIEUWS

  • Vacature aan UHasselt Geschreven op: 3/02/2012
    De faculteit Bedrijfseconomische Wetenschappen, onderzoeksinstituut Identity, Diversity & Inequality Research van de Universiteit Hasselt zoekt een (m/v) 'doctoraatsbursaal diversiteit in organisaties, handicap'.

  • 12-16/03/12 - DisABILITY filmfestival Geschreven op: 3/02/2012
    Van 12 tot en met 16 maart wordt in Leuven de 2de editie van het DisABILITY Filmfestival georganiseerd. Dit jaar is het thema On The Move. Op het programma staan 5 films waarin personen met een beperking een prominente rol spelen. Daarnaast zijn er interviews & debatten over representatie en beeldvorming van personen met een beperking gepland met acteurs en beleidsverantwoordelijken.

  • Vacature Geschreven op: 15/12/2011
    UGent heeft een vacature voor projectmedewerker diversiteit.

Archief